Lees hier deel I

Witte strepen toch belangrijk

Weerspannige duiven geven Czermak zicht op de betekenis van de krijtstrepen. Hij ontdekt dat duiven, als sijsjes behandeld, op hun rug gelegd, kunnen worden losgelaten, zonder dat zij wegvliegen. Dat blijft zolang hij zijn hand dicht bij de kop van het dier houdt. Het oog van de duif is dan onafgebroken op de hand gevestigd. Een nieuwe proef geeft als verrassend resultaat dat de duif volkomen onbeweeglijk blijft liggen als zij een paar tellen met de linkerhand in een gemakkelijke houding tot rust gebracht wordt en tegelijkertijd de rechter wijsvinger dicht bij de plaats waar het voorhoofd en de bek samen komen (Czermak spreekt van de Stirnschnabelwurzelgegend) gehouden wordt. Hij kan het dier naar verkiezing opnemen, recht, schuin of op de rug leggen; het ontwaakt niet, zolang hij zijn vinger op dezelfde plek houdt. Hoe vaak ook gelukt, moet toch bij elke herhaling van dergelijke proefnemingen, ruimte worden gelaten voor nevenomstandigheden, die een storende invloed kunnen uitoefenen. Een tamme papegaai hoeft Czermak niet eens aan te raken; hij valt al in slaap, door alleen het voorhouden van een vinger.
Voor de onderzoekers is het duidelijk dat deze verschijnselen niets te maken hebben met magnetisch fluïde dat uit de vinger van de magnetiseurs stroomt. In plaats van een vinger werken een glazen knikker, een kurk, een waskaars of enig ander levenloos voorwerp evengoed mits je het dier weet te bewegen of te dwingen daarop zijn onverdeelde opmerkzaamheid te vestigen. Een lucifer of waskaarsje dwars achter op de snavel geplakt blijkt genoeg om duiven in de aangewezen zin te betoveren. Je hoeft ze dan niet eens vast te houden.  

Het laat zich nu gemakkelijk begrijpen, hoe een krijtstreep, vlak voor de ogen van een kip, dezelfde uitwerking kan hebben. Die streep trekt de aandacht en wordt een rustpunt voor het starende oog. Bij mensen zie je dezelfde verschijnselen die Czermak vond bij dieren. Door ingespannen staren op een voorwerp wordt hun aandacht van alle andere indrukken van de buitenwereld afgeleid. James Braid verklaart hiermee in 1841 de verschijnselen, die mesmerisme-aanhangers toeschrijven aan een ‘magnetisch fluïde’.

Snelweghypnose

weg met krijtstrepen

Blauw, groen en witte strepen. Eindrapport Advies Wilsveen Leidschendam 2017

De witte strepen van Kircher zijn te vergelijken met de witte strepen op het wegdek of de vangrails aan beide zijden van een rijweg. Dat de witte strepen niet alleen op dieren invloed hebben zien we ook bij polderblindheid. Deze verminderde opmerkzaamheid in het verkeer wordt veroorzaakt door de afwezigheid van externe prikkels. (Wikipededia) Dat gebeurt vaak op stille rechte wegen in een gelijkmatig landschap zoals die er veel zijn in het Nederlandse landschap.

Wat we in Nederland polderblindheid noemen heet in Amerika Highway hypnosis. Voor zover bekend is highway hypnosis het voor het eerst beschreven door Daniel O. Skinner in een ingezonden stuk in de New York Herald op 30 januari 1921.
Hij was getuige van een vreemde gebeurtenis op Riverside Drive. Het was ‘s middags en een fel zonlicht scheen op het brede, droge asfalt. Een grote limousine rolde naar het noorden met vijftien mijl per uur. Er naderde een tegenligger. Beide auto’s werden bestuurd door mannen en hadden een paar vrouwen als passagiers. Er was voldoende ruimte om te passeren maar tot Skinners verbazing gebeurde dat niet en botsten de auto’s frontaal op elkaar.
Hij beschrijft het incident in detail en denkt dat het ongeluk te wijten is aan een aandoening die lijkt op hypnotische slaap die waarschijnlijk veroorzaakt wordt door de schittering van de rijbaan en de snelle beweging voor de ogen van de bestuurder.

Skinner herinnert aan een paar andere ongevallen zonder duidelijke oorzaak. Hij vermoedt dat die ook toe te schrijven zijn aan bestuurders ‘in de ban van de rijbaan’. Over het incident dat hij zag, en waarop hij grotendeels zijn theorie baseert, schrijft hij: “Het was absurd. De tweede bestuurder zat op zijn gemak met zijn handen op het stuur en zijn blik recht vooruit. Er was niets om zijn aandacht af te leiden. De andere chauffeur verontschuldigde zich. Hij kon zijn onvoorzichtigheid niet verklaren. Maar toch begrepen ze het allebei een beetje. Een verklaring hadden de chauffeurs niet.

Skinner oppert dat dat de botsende chauffeurs gestaag staarden naar de heldere, gestroomlijnde rijbaan en dat de monotonie hun geestelijke vermogens concentreerden tot het punt waarop een kortstondige zelfhypnose intrad. Skinner: De bestuurders waren blijkbaar slachtoffer van een plotseling slaapstoornis. Een zelf-geïnduceerde maar ongenode ziekte, met de symptomen waarmee veel autorijders en treinbestuurders min of meer vertrouwd zijn. Skinner vraagt zich af of fouten van treinmachinisten ook niet vaak toegeschreven moeten worden aan deze verraderlijke ziekte.

Dikwijls worden deze fatale ongelukken verklaart met hartfalen of een plotselinge beroerte waardoor de dode hand het gaspedaal vasthoudt tot het ongeval. Maar Skinner sluit niet uit dat het mogelijk is dat de oneindige vangrails aan beide kanten van de rijbaan gecombineerd met het grijze wegdek convergeren en de hersenen van de chauffeur een rustgevend verlangen naar slaap geven en krachtig de remmende wil uitschakelt.

Een kennis van Skinner vertelde hem dat hij soms gewekt wordt doordat de wielen van zijn auto tegen de stoeprand schuren. Een andere chauffeur vertelde dat hij zag hoe een auto wankelde en uitweek en uiteindelijk crashte tegen de beschermende kettingen langs de stoep waarna de auto tot stand kwam tussen de bomen. De auto was licht beschadigd en de chauffeur alleen maar gewekt uit zijn lethargische slaap.

Skinner zoekt ook naar oplossingen van het probleem van wat hij road-hypnotism noemt. “…Een automatische tandwielsnijder stopt als het laatste duizendste van een inch is verwijderd. Zelfs een automatische drukpers voorkomt schade aan zichzelf als op hetzelfde moment meer dan één vel papier probeert te passeren. Van een auto wordt gezegd dat ze praktisch onfeilbaar is. Hij loopt bijna vanzelf zolang je je kunt veroorloven om benzine te kopen. De mechanische perfectie is bijna bereikt. De meest alerte en constructieve hersenen van de mensheid zijn gericht op het maken van dingen met schoonheid, efficiëntie en comfort. Maar het wezen dat dit moderne Monster van Frankenstein probeert te controleren is niet machinaal gemaakt. Het is niet automatisch. Het kan zijn eigen vernietiging niet voorkomen. Het is menselijk…”

Is daar een oplossing voor? Lees hier deel 3 (slot)

©2020, Johan Eland

 

Geïnteresseerd geworden in hypnose? Om meer te weten te komen over hypnose vanuit algemene belangstelling of het volgen van een opleiding, meld je dan aan voor een gratis webinar, informatieochtend of instapcursus hypnose.