The Captain’s Fare well Dinner on board an Ocean Liner (“He meant well” by Samuel D. Ehrhart (1862-1937), originally published 11 May 1904.

De periode tussen het eind van de 19e eeuw en de tweede wereldoorlog was niet alleen een gouden eeuw van de hypnose. Het was ook de tijd waarin de oceaanstomers furore maakten. Steeds grotere en snellere schepen voeren tussen Europa en Amerika. Volgepropt met miljoenen emigranten uit Europa die hun geluk zochten in Amerika. Anderen die hun fortuin al binnen hadden maakten met majestueuze zeehotels exotische reizen.

Maar niet iedereen genoot van die reizen. Sommigen hingen groen van ellende over de reling en braakten de dure maaltijden het ruime sop in. Met groeiend passagiersvervoer, de toenemende luxe en snelheid van de schepen nam ook de zeeziekte toe. Het was een probleem waarop artsen aanvankelijk geen antwoord hadden. Maar in de gouden eeuw van de hypnose leek alles mogelijk.
Landen waar veel emigranten heentrokken zoals Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland hadden daarom extra belangstelling voor de kwaal. De Nieuw-Zeelandse krant ‘Otago Witness’ van 8 september 1898 meldde de onderstaande gebeurtenissen.

De kapitein van een groot passagiersschip zou een rijk man kunnen zijn als hij zoveel soevereigns kreeg als er kuren bestaan tegen zeeziekte. Iedereen die met hem zeilde wist hoe je moest omgaan met het gevoel van draaien en kolken. Met zoveel remedies tegen de zeeziekte zou de kwaal al lang verdwenen moeten zijn. Onlangs meldde een kapitein de volgende geschiedenis.

Tijdens een zeer ruwe reis over de Atlantische oceaan stond een keurig geklede heer uren op het met water overspoelde dek ononderbroken te staren naar een foto.Passagiers die het zagen verklaarden zijn vreemde gedrag met een treurige herinnering aan een meisje in een ver land en knipoogden naar elkaar. Maar ze hadden het mis. De foto waar de man intensief naar staarde was die van zijn grootste vijand. Hij meende dat als je maar lang genoeg naar je vijand keek er zulke bittere gedachten zouden opkomen dat je afgeleid werd van de zeeziekte.’Fixeer je op iemand die je haat en je zult nooit ziek zijn op zee’ was zijn raad.

Hypnose door concentratie

De hypnotiserende steward

THE HYPNOTIC STEWARD (Speciaal ingevoerd voor de cross-channel service) “Dr Paul Farez beweert dat hij in hypnose een absoluut onfeilbare remedie gevonden heeft voor zeeziekte en soortgelijke ongemakken”—Daily Paper.

Deze man bracht in praktijk wat dr. Paul Farez in 1898 een groot artikelin Revue de L’Hypnotisme schreef over zeeziekte. In de loop van 1899 publiceerde Paul Farez zijn brochures waarin hij het breder aanpakt en ook een middel ziet tegen reisziekte in het algemeen. Hij noemt de trein, omnibus en tram. Farez borduurt daarmee verder op het werk van Rev. Dr. E.P. Thwing. Hij schreef al in 1883 en 1885 over zijn behandelingen van zeezieken. Zijn uitgangspunt is dat concentratie van de geest op één punt het onmogelijk maakt iets anders op te merken. Hoe sterker de waarneming van het een des te ongevoeliger men wordt voor iets anders. De intensiteit van het een is de onderdrukking van het andere. Die intensiteit wordt bij de een eerder bereikt dan bij de ander weet Thwing, maar met een beetje goede wil en herhaling lukt het bij bijna iedereen de juiste trance op te wekken. Sommigen bereikten een lichte slaperigheid en andere zakten weg in een ‘complete ongevoeligheid’ die lijkt op een verdoving met chloroform. Een patiënt hield al geen eten binnen zodra het schip de haven verliet. De behandeling bestond uit manipulaties over het voorhoofd en slapen en vooral de wenkbrauwen totdat de patiënt opeens zei. ‘Wat hemels om bevrijd te zijn van pijn.’ Hij kreeg eerst kleine porties eten maar na twee uur zat hij aan het diner at volop geroosterde schapenbout. Een andere patiënt werd behandeld zonder de ouderwetse mesmeriaanse passes of dramatische toneelbewegingen. Thwing: ‘Zelfs het aanstaren of staan voor de patiënt bleef achterwege. Blijkbaar doet de stem er meer toe dan de hand.’ Maar in het geval van een Welshman die geen Engels verstond en bezig was zijn ontbijt in de golven uit te storten ging het anders. Hij werd naar de andere kant van het schip gebracht en leunend op de schouder van de dokter in trance gebracht. Die kwam zo plotseling en diepgaand dat een speld in de rug van zijn hand gestoken kon worden zonder dat hij het merkte. Thwing concludeert uit zijn werk met zeezieken vier dingen.

1.              De trance brengt veel zeezieken verlichting door herstel van hun nerveuze evenwicht en is soms een goed alternatief voor ether. Bij twee soorten mensen lukt dat niet of minder:

  • A. Querulanten die, thuis of aan boord hun pijntjes en slechte gezondheid cultiveren en ervan genieten.
  • B. De spraakzame, beweeglijke en nieuwsgierige patiënten. Zij horen graag de dokter aan en voeren even graag een conversatie met hem. Maar een mislukte eerste of tweede sessie is volgens Thwing niet fataal. Volledige in beslagname en stilte aan de kant van de patiënt en volharding door de behandelaar brengen toch vaak succes in ogenschijnlijk hopeloze gevallen.

2.              Als de controle onvolledig is en de ‘bewusteloosheid’ gedeeltelijk, levert dat toch, een evenredige, verbetering op.
3.              Het gevoel van onderwerping en hulpeloosheid dat iemand overkomt als hij in de greep van Neptunus of de dokter is kan soms helpen. Het is zoals de houding van een dier tegenover een dresseur of trainer of een verlammende paniek.
4.              Het zelfvertrouwen van de behandelaar is essentieel voor het succes. Dat kun je niet leren maar moet je krijgen door klinkende resultaten. Niets is zo succesvol als succes weet Thwing.

Één patiënt onder controle verspreidt een psychische besmetting van een hele groep. Dan krijgt iedereen tegelijkertijd een idee over de macht van de behandelaar. In de praktijk zijn overtuiging en verzekering bij gentlemen beter dan getier. Zachte klanken en de houding van iemand met een persoonlijke, autoritaire boodschap, die gewend is onmiddellijk gehoorzaamd te worden. Niets is meer besmettelijk dan vertrouwen. Niets is succesvoller en krachtiger.

In 1903 besteedde dezelfde krant weer aandacht aan het onderwerp en zag hoe scheepsarts Dr. Willis een zee-zieke passagier met hypnose behandelde. (Otago Witness,27-5-1903). Andere passagiersschepen zagen het succes en stelden ook een scheepshypnotiseur aan. De Nieuw-Zeelandse krant ‘De Colonist’ meldde 20 Februari 1909 : “…Dr. Dougall is scheepsarts op de Allan’s Trans Atlantic Liner Carthagenian. Hij behandelt al jaren met hypnose zeezieke passagiers. Onlangs bewees hij tijdens een reis bij extreem ruw weer zijn succesformule. Aan het begin van de overtocht vertoonden twee dames alle symptomen van zeeziekte. Dr. Dougall hypnotiseerde hen en suggereerde dat ze gewoonweg niet ziek kónden zijn. Dat herhaalde hij meer keren waarna de vrouwen onmiddellijk herstelden. Dougall paste zijn behandeling met succes toe op alle opvarenden zo gauw ze symptomen van ziekziekte hadden…”

Maar de Otago Witness van 8 september 1898 weet nog meer verhalen over zeeziekte:
“Op een ochtend was er grote commotie aan boord van een ander schip. De kapitein had zojuist ontdekt dat er in zijn hut ingebroken was en zijn beste uniform gestolen was. De ruige zeilers moesten op zoek en ondervroegen zelfs de passagiers in de eerste klasse. Totdat iemand het uniform zag rondlopen in de kombuis. Desgevraagd stotterde de dief: ik dacht altijd dat het dragen van de plunje van een kapitein hielp tegen zeeziekte. Maar ik vrees te hebben gehandeld in een waan. Zeg maar tegen de kapitein dat ik het in een halve minuut terugbreng. Het past me toch niet.”

Professionele hypnotiseur tegen zeeziekte

“Op een ander schip dat op weg was naar India kwam een zeeman geschrokken en verward naar zijn kapitein: “Kapitein er liggen zeven passagiers dood op bed!” De kapitein nam onmiddellijk aan dat er vuil spel gespeeld was en allarmeerde de scheepsarts. Samen gingen ze naar de plaats des onheils en bekeken de toestand. Het leek erop dat de zeeman de waarheid had verteld. Elke passagier lag er bleek bij en vertoonde geen teken van leven. De arts onderzochts ze zorgvuldig en verliet met een frons op zijn gezicht de laatste hut. Even later kwam hij terug met een kleine levendige Fransman die zich op het schip onder de bemanning en passagiers geliefd gemaakt had.”Deze man zal je kunnen gerust stellen” zei de arts tegen de kapitein. Intussen begon de Fransman met een lach op zijn gezicht de passagiers te wekken. Het bleek dat hij een professionele hypnotiseur was die tegen betaling van een Guinea iedereen die bang was zeeziek te worden in een mesmeristische slaap bracht. Zonder de inmenging van de arts zouden zijn patiënten gesluimerd hebben tot voor de kusten van India.”

Goed idee!

Misschien inspireerde dit voorval de ‘New Zealand Herald’ tot het volgende commentaar:

“Onlangs stond een gehypnotiseerd proefkonijn vijf dagen voor het stadhuis terwijl er doorlopend een menigte stond om zich daaraan te vergapen. De man in de trance is de sensatie van het uur. Het is een raar gezicht om iemand vijf dagen te zien staan die dood lijkt. Maar in deze moderne tijd zo hypnose te gebruiken is een verspilling en is het dom om zo’n grote natuurkracht niet te benutten.
Als iemand vijf dagen en nachten kan doorbrengen zonder zich bewust te zijn van zijn levensproblemen waarom zouden we dan niet een meer waardevolle toepassing van hypnose bedenken dan de loutere productie van een gapende menigte.

Een reis naar Sidney bijvoorbeeld duurt ongeveer net zo lang. Je kunt honderden mensen zeeziekte besparen maar ze ook vijf dagen bevrijden van de last van hun dagelijks leven. Hoe leuk het zou zijn om aan boord te gaan op Queen-Street-werf (Auckland City, New Zealand) en na een paar passes en wat wrijven van je neus en je voorhoofd te gaan slapen om pas weer wakker te worden met het zicht op het glorieuze panorama van Port Jackson (Sidney, Australië).
Los van de toegift op de reissom met menselijke geluk zou je een enorme kostenbesparing bewerkstelligen door zo’n systeem algemeen toe te passen. Denk eens aan de accommodatie die een man vereist aan boord van een schip, terwijl hij dan slechts een stapelbed nodig heeft. Als we denken aan de grote cabine voor wassen en kleden die hij nu nodig heeft, een plaats aan tafel en een dek om te flaneren en een legertje koks en stewards om aan al zijn wensen tegemoet te komen kunnen we niet anders dan ons verbazen over de verbeteringen die zouden plaatsvinden als de hypnoseaanbod aan het reizende publiek modieus wordt.

Bij een overvolle passagierslijst is natuurlijk allereerst een reeks duivengaten nodig waarin de passagiers met de voeten naar voren ingeschoven kunnen worden. Laag voor laag zodat er enkele honderden opgeborgen kunnen worden in een kleine ruimte.

Een deskundige hypnotiseur, in permanent dienst, die gehuisvest is in, laten we zeggen, in het kantoor van de Scheepvaart Unie, zou de passagiers aan boord ontvangen, ze door de vereiste hypnose procedures loodsen, en daarna in hun kleine babybedje instoppen om ze pas bij aankomst begeleiden naar hun normale staat.
Met zo weinig huisvesting of benodigd personeel en slechts een stoomboot voor zo’n groot aantal passagiers kunnen de tarieven verlaagd worden tot een minimum. De krant denkt daarbij aan een paar shilling voor een reis die nu nog meerdere ponden kost.

De reis zou nog populairder worden door de absolute afwezigheid van zeeziekte en algemene ongemakken. Daardoor én de enorme tariefsverlaging zou de hele wereld gaan reizen.

Natuurlijk zullen sommige mensen liever ouderwets met de bijbehorende accommodatie blijven reizen. ‘Moet kunnen’ vindt de krant. “Als ze er maar voor betalen.”  Maar voor het grootste deel van de mensen die op reis gaan voor een beter bestaan, en voor wie onder alle omstandigheden een reis een onvermijdelijke ellende is – voor hen die van wal naar wal op bed moeten blijven, en hun tijd verdelen tussen dag en nacht bellen naar de steward voor een emmer, hun lot en de traagheid van stoomboten vervloeken – zou het een hemelse zegen zijn als ze de reistijd konden doorbrengen in zoete vergetelheid en aan de overkant verfrist en glimlachend ontwaken. (4 maart 1896)“

Johan Eland

Literatuur
Farez, Dr. Paul, 1898 Traitement psychologique du mal de mer, Revue de L’Hypnotisme Experimental et therapeutique November 1898.
Irwin, J.A. (1881) The pathology of sea-sickness. Lancet II 907
Thwing, E.P., 1883 New York Academy of Sciences, Jan. 22., Reading: On the treatment of sea-sickness by the trance state,
Thwing, E.P., 1885. Rev. dr. E.P. Thwing, The treatment of sea-sickness by the trance state, Mind in Nature, Mei 1885
A Suggestion for the Prevention of Seasick ness. Letter to the Editor. Boston Med. and Surg. Jour., 1887, 116, 490-491. Written May 12, 1887. Referring to 1883-3, the writer suggests prevention of seasickness by counter-irritation of the skin in the neighbourhood of the ears, on the hypothesis that the source of seasick ness is in the semi-circular canals. James’s priority in this field does not appear to have been fully recognized. Cf. J. Byrne: The Physiology of the Semi-circular Canals and their Relation to Sea sickness, 478^85, 487.

Meer weten over hypnose en de mogelijkheden ervan, meld je aan voor een gratis informatieavond hypnose.