Hoe therapeuten de privé-mythe van hun patiënt benutten 

Niet alleen therapeuten en onderzoekers hebben een visie op hypnose. Ook patiënten brengen hun kijk op het verschijnsel mee. Vaak krijgen therapeuten te maken met misvattingen over hypnose. Fisher, Erdelez en McKechnie,(2005) ontdekten daar drie groepen oorzaken van. 

A. Persoonlijke ervaringen en ervaringen van horen zeggen

Misvattingen over hypnose door persoonlijke ervaringen en van horen zeggen zijn meestal gebaseerd op negatieve, onprofessionele ervaringen met hypnose of met hypnose-achtige bezigheden zoals meditatie, geleide imaginaties en toneelhypnose. (Battiono 2005). Behalve door verhalen van familie, vrienden en kennissen draagt informatie uit theater, boeken, films of social media ook vaak bij aan misvattingen.

B. Lokale of nationale gebeurtenissen

Krantenknipsel hypnose

Hypnose-show op televisie in 1967. Leidde tot vragen in de tweede kamer

Misvattingen over hypnose op lokaal of nationaal niveau zijn vaak terug te voeren op legendarische  en overbekende gebeurtenissen die gegrift staan in het nationaal geheugen. Zo hebben veel Amerikanen de misvatting dat hypnose een krachtig middel is dat leidt tot mind control. Australiërs denken vaak dat hypnose een alternatief bewustzijn is waardoor je een fabuleus geheugen krijgt.

In Nederland deden optredens van onder meer Rasti Rostelli en wat langer geleden David Berglas nogal wat stof opwaaien toen hij per ongeluk ook televisiekijkers in trance bracht.

C. Historische culturele mythologische reminiscenties in het collectief cultureel geheugen

Franz Anton MesmerHistorisch cultureel mythische reminiscenties in het collectief cultureel geheugen beïnvloeden de publieke opinie over hypnose. Deze elementen zijn deels terug te voeren op de moderne geschiedenis van hypnose. De ideeën van en het gebruik door prominente figuren zoals Mesmer, Puységur, Braid, Charcot en Freud, werden even vaak de basis van misvattingen over hypnose. Wat ooit gewoon was is intussen achterhaald maar de culturele voetafdruk bleef bestaan. 

Sommige cultureel-mythische misvattingen lijken minder gegrond in actuele historische gebeurtenissen, maar bevatten en dienen als symbolische beschrijvingen van hypnose- en trancekenmerken. Johnson en Haucke (1999) zien gemeenschappelijke samenhangende thema’s in de publieke houding tegen hypnose maar vonden daarvan geen speciale bronnen. Zij verklaren dat met een ‘algemeen geloof’ over hypnose in onze cultuur in plaats van individuele informatie.

Hoe gaan therapeuten en patiënten om met deze verschillende privé-mythen?

Uit die veelheid van feiten, meningen en verzinsels destilleren mensen hun eigen visie op hypnose. Zij stellen, vaak onbewust, hun privémythe samen.

Hoewel er een baaierd van hypnosetheorieën bestaat is er een gedeelde overtuiging die stelt dat een zekere overeenkomst nodig is tussen hypnotiseur en gehypnotiseerde over wat hypnose is. Een te groot verschil verhindert de hypnose of een goed resultaat van de therapie. Er moet dus een zekere mate van eensgezindheid zijn. In theorie kan de therapeut natuurlijk helemaal overtuigd zijn door de visie van zijn patiënt. In hun praktijk gaan therapeuten ervan uit dat hun visie de enig ware is en proberen zij de patiënten-mythe bij te stellen. Strategieën die zij daarbij gebruiken zijn:

 

1. Demystificatie

Demystificatie is een procedure om overtuigingen te ontkrachten die uitgaan van verbanden tussen hypnose, mysterie en mystiek. Deze aanpak ontkent ook overeenkomsten tussen klinische hypnose en voorstellingen van toneelhypnotiseurs. Ook weerspreekt de therapeut hiermee historische bagage die hypnose in verband brengt met spiritisme en exorcisme.

De demystificeren doet de therapeut meestal tijdens de gebruikelijke uitleg van hypnose aan de patiënt en met alledaagse termen, voorbeelden en ervaringen.

2. Benadrukken van wetenschappelijke resultaten

Therapeuten die een wetenschappelijke basis van hun hypnosetechnieken aanbieden benadrukken vooral neurocognitief onderzoek. Meestal in combinatie met feiten over hersenenfuncties en plaatjes van hersengolven en gekleurde hersenonderdelen. Hoewel we tegenwoordig veel meer weten over hypnose dan voor hersenscannen mogelijk was is deze kennis nog verre van compleet. Toch is deze strategie bruikbaar voor het tegengaan van misvattingen bij patiënten en professionals die geloven in het medisch model en voor professionals in medische organisaties.

3. Herbenoemen

Krantenknipsel niet esthetisch

Iemand in hypnose moest een losse flodder kiezen en op Berglas afvuren. De show ging niet door.

Sommige therapeuten vermijden het woord hypnose. Zij willen daarmee voorkomen dat ze hun patiënt bang maken en geven de voorkeur aan termen als geleide imaginaties, diepe ontspanning, en visualiseren. Ze denken daarmee betere resultaten te boeken.

Socio-cognitieve hypnosetheoretici beschouwen hypnose in het algemeen als een sociale overeenkomst. Hypnose is volgens hen eerder een label dan een speciaal fenomeen. Die visie rechtvaardigt het herbenoemen van de hypnose. In contrast daarmee staat ander onderzoek dat juist het belang bevestigt van het woord “hypnose’ en de “speciale therapeutische situatie” om het therapeutisch resultaat te verbeteren.

4. Personalisatie

Overeenkomstig hun utiliserings-benadering geven Ericksoniaanse therapeuten hun patiënt een persoonlijke verklaring voor hypnose. Zij onderstrepen daarbij sterk de verantwoordelijkheid van de patiënt voor het succes van de therapie. Ze mobiliseren zo ook diens waarden, taal en therapeutisch doel om zijn misvattingen te veranderen. Als bijvoorbeeld een patiënt onzeker is noemt de therapeut de hypnose een werktuig om het zelfvertrouwen te vergroten. Maar voor een andere patiënt die juist verlossing zoekt van eigen beperkende regels beschrijft hij hypnose als gereedschap om de afweer te verminderen. 

Deze strategie is het meest effectief als aanvulling op behandelingsdeel ‘leading’ (afstemmen en leiden) waarin de therapeut de informatie zo geeft dat de(ze) hypnose past in het in het perspectief van de patiënt.

 

Mythologie van hypnose

Alle bovengenoemde strategieën hebben behalve een corrigerende invloed op misvattingen ook een ontmythologiserende werking. 

De therapeut loopt met die ontmythologisering het risico om het kind met het badwater weg te gooien. De baby is hier de fascinatie en het enthousiasme voor de hypnose want weliswaar hebben sommige misvattingen over hypnose een negatieve invloed, veel therapeuten ontdekten dat in die opvattingen ook positieve elementen zitten. Zij waarschuwen daarom tegen overdrijving en stellen dat de extra moeite om de mythe te bestrijden vaak resulteert in een oppervlakkige acceptatie van de uitleg door de therapeut.

De moderne mythen-theorieën zeggen dat de mythische en wetenschappelijke kijk op de wereld niet  contrasteren maar juist aanvullen zijn op de menselijke cultuur die afhankelijk is van verschillende behoeften. 

Het is dus niet vreemd dat tegenwoordig mythen hun eigen wetenschap hebben en de wetenschap haar eigen mythen.

Een belangrijk mythedeskundige is antropoloog en filosoof Lévi-Strauss. Hij is grondlegger van het structuralisme dat zich bezighoudt met “het zoeken naar de onderliggende patronen van het denken in alle vormen van menselijke activiteit.” Levi-Strauss deed dat vooral door bestudering van mythen. Hij noemt mythen vooral orale tradities en verklaart dat ‘het specifieke patroon dat een mythe beschrijft tijdloos is: het verklaart het heden, het verleden èn de toekomst’. (Lévi-Strauss 1967). Een mythe is volgens hem een ‘signifiant’. Zij is niet alleen samengesteld uit taaluitingen, zij is zelf ook een taaluiting en verwijst naar een ‘signifié’, een werkelijkheid die zij uitdrukt.

Hij ontdekte ook dat mythen altijd variaties zijn op een thema’s: man/vrouw, leven/dood, natuur/cultuur. Deze tegenstellingen zijn de grondslag van vrijwel elke cultuur. Lévi-Strauss zegt dat de mythische gedachten altijd beginnen vanuit het besef van tegenstellingen en gaan in de richting van de oplossing ervan”. Met andere woorden, mythen bestaan uit: elementen die elkaar tegenspreken en elementen die “bemiddelen”, of om die tegenstellingen op te lossen.  In de interactie tussen de twee tegengestelde termen komt de sociale werkelijkheid tot uiting; niet altijd makkelijk leesbaar, want soms is zij omgekeerd, of verschoven, of vervormd. De oorzaken van deze veranderingen zijn vaak in de vergelijking met andere versies van de mythe of met verwante mythen te vinden. De verhouding tussen mythe en werkelijkheid is een dialectische verhouding. De mythe probeert bepaalde tegenstellingen te overbruggen door de tegenstelling te vervangen door een andere.    

In dit theoretisch perspectief bestaat ook de hypnosemythe. Bekende hypnose-tweedelingen zijn vrijwilligheid versus dwang, trance tegenover non-trance, en hetero-hypnose versus zelfhypnose. Culturele, sociale en kennis-filosofische elementen uit de samenleving dienen vaak om mythen te verlevendigen en te bewaren. Doordat onze opvattingen over geschiedenis en herinneringen in de tijd veranderen, veranderen de mythen ook doorlopend. (her-mythologiseren)

Levi Strauss

Levi-Strauss (1908-2009): Een mythe lost tegenstellingen op

Levi Strauss wijst er op dat van iedere mythe verschillende varianten bestaan en dat het onmogelijk is, maar ook niet nodig, om te bepalen welke variant de meest ware is. Hij betrekt alle varianten in zijn analyses en concludeert dat ‘Het geheel van mythen van een bevolking ligt in de orde van het spreken. Tenzij de bevolking fysiek of moreel uitsterft, is dit geheel nooit gesloten.  

En dat is nu precies waar Meletinsky (2001) en Slabbert (2009) van uit gaan met hun oproep om de hypnosemythe van de patiënt niet te bestrijden maar te her-mythologiseren. 

In de hypnoseliteratuur is de bestrijding van misvattingen in de pre-hypnotische fase van de behandeling bijna verplicht. Het voorkomt complicaties en verhoogt de kans op een succesvolle therapie. Dit geldt zeker bij misvattingen die voortvloeien uit persoonlijke ervaringen en lokale of nationale gebeurtenissen

Toch zeggen Meletinsky en Slabbert dat je de mythische elementen van misvattingen anders moet behandelden. Niet door de mythe te elimineren maar door de mythe te vernieuwen met wat zij noemen her-mythologiseren. Dit proces bestaat uit het versterken van de positieve, nuttige en constructieve elementen van de mythe en het verzwakken van de negatieve, onbruikbare en onsamenhangende elementen. 

In aanvulling op de socio-culturele redenen voor het gebruiken van de hypnosemythen zijn er ook pragmatische en klinische overwegingen geworteld in hypnosetheorieën, voor de uitvoering van dit

Her-mythologiseren. Deze overwegingen zijn:

  1. 1. Hoewel steeds meer neurocognitief onderzoek werking en nut van hypnose bevestigt is ‘verwachting’ nog steeds een belangrijk bijdrage aan succesvolle hypnosesessies.

De mythische elementen van hypnose kunnen veel bijdragen aan het wekken van de verwachting van positieve en buitengewone resultaten. Het impliciet gebruiken van culturele mythologische reminiscenties uit het collectief cultureel geheugen helpt om mythisch redenerend te kunnen omgaan met ingewikkelde kwesties (Lévi-Strauss, 1966). 

Hypnotische taal is een speciale taal die verwant is aan poëtische, symbolische en metaforische taal, dat wil zeggen, mythische taal. Voorbereiding van de patiënt op deze taalkundige interactie vraagt om mythologische elementen in de verklaring van hypnose.

  1. 2. Een van de belangrijkste theoretische en klinische kenmerken van het hypnotisch proces is dissociatie: dissociatie van het dagelijks functioneren, dissociatie tussen interne mentale en externe stimuli en dissociatie van mentale functies die meestal met elkaar verbonden zijn.

Mythen kunnen in de hypnotische sessie dienen als verpakking van tweedelingen en fragmentatie van de manier waarop de patiënt zichzelf ervaart. Zoals de therapeut onder meer de ego state techniek met een gemakkelijk te begrijpen metafoor verklaart zo moet hij ook het her-mythologiseren van de hypnose-mythe gebruiken bij tegenstrijdigheden en tweedelingen van de moderne hypnose, theoretiseert en onderzocht. Dat kan door benadrukken van de positieve elementen van bestaande mythen.    

De praktijk van het her-mythologiseren

Het voorgestelde herformuleren van misvattingen over hypnose is bedoeld om te helpen bij de voorbereiding van patiënten op hypnotherapie. Niet alleen kan deze procedure persoonlijke en lokaal-nationale misvattingen oplossen, ze kan ook  de mythische wortels van die misvattingen   gebruiken om de therapeutische resultaten te maximaliseren. De procedure, gebaseerd op moderne theorieën van mythe en op klinische overwegingen gaat niet uit van het opheffen van de mythe maar wil de mythe herformuleren. Daarbij gebruikt de therapeut de woorden “hypnose” en “trance”, zonder een sfeer van magie en fascinatie te veroorzaken.  

Hoewel sommige onderzoeken uitwijzen dat het noemen van hypnose en trance verkeerde verwachtingen kan wekken en de therapie kan verstoren kan de ervaren clinicus zulke complicaties neutraliseren door de trance te verklaren als alledaags verschijnsel. Die verklaringen aan patiënten kunnen de verwachting van een langdurig, krachtig en snel effect benadrukken, geïllustreerd met bestaande mythen en ondersteund door wetenschappelijke kennis.

Daarna moet het nieuwe verhaal de tweedelingen aanpakken die in hypnose bestaan met uitleg op meer niveaus. De verklaring op persoonlijk niveau moet alledaagse voorbeelden bevatten om de gemeenschappelijke alledaagse kenmerken van trance te verduidelijken en speciale verschijnselen en toestanden in het dagelijks leven te illustreren.  De therapeut benadrukt de positieve lokale of nationale gebeurtenissen, bijvoorbeeld Kate Middleton’s hypnosebehandeling tijdens de zwangerschap. Natuurlijk bespreekt en verklaart  de therapeut ook problematische incidenten.

Tenslotte moet de therapeut het mythische niveau bewerken met herformuleringen. Soms helpen hierbij wetenschappelijk beschrijvingen van bijvoorbeeld het onderscheid tussen het “bewuste” en “onbewuste” zoals dat waarneembaar is tijdens een trance of het onderscheid tussen de werking van linkerhersenhelft en de rechterhersenhelft tijdens hypnose.  

Dit kan ook met poëtisch beelden die aansluiten op de voorkeuren en waarden van de gehypnotiseerde persoon. Om het her-mythologiseren te illustreren volgen enkele, voor hypnose- mythen relevante thema’s in de vorm van vragen met mogelijke antwoorden.

Thema 1: Vraag over de eigenschappen van de hypnotiseur

V: Heeft een hypnotiseur speciale krachten?

A: Een hypnotiseur is niet geboren met speciale krachten. Om effectief, verantwoordelijk en krachtig te kunnen werken moet de hypnotiseur een speciale en professionele opleiding volgen en daarna veel ervaring opdoen.

Thema 2: Vragen over de eigenschappen van de gehypnotiseerde persoon

V:  Kan ik gehypnotiseerd worden als ik iemand ben die graag de hele tijd de controle heeft? 

A: Onder hypnose kunt u ontdekken hoe u uw vaardigheden kunt gebruiken op een manier die voordelig is voor u en om te leren om uw neigingen flexibeler te maken in plaats je beperken .

V: Ik ben bang om gehypnotiseerd te worden omdat ik bang ben om afhankelijk te worden van de hypnotiseur.

A: Tijdens de behandeling is enige afhankelijkheid natuurlijk en kan u helpen uw zelfredzaamheid flink te vergroten. 

Thema 3: Vragen over de interactie tussen hypnotiseur en gehypnotiseerde 

V: Heeft de hypnotiseur controle over een gehypnotiseerd persoon?

A: Hoewel hypnose niet gaat over controle, ontstaat er wel een speciaal soort alliantie tussen de hypnotiseur en de gehypnotiseerde persoon. Elk individu dat betrokken is bij de hypnose is meer afgestemd op de ander en op zichzelf.

V: Kun je als je gehypnotiseerd bent dingen zeggen of doen die je eigenlijk niet wilt zeggen of doen?

A: Nee, maar mensen hebben verschillende en soms contrasterende willen. Wanneer u gehypnotiseerd bent, kan de wil die u naar een betere gezondheid leidt duidelijker worden gehoord en zelfs versterkt.

Thema 4: Vragen over korte termijn resultaten en de hypnose 

V: Als je gehypnotiseerd bent, slaap je dan of ben je dan bewusteloos?

A: Hypnose is geen slaap, maar net als slaap of bewusteloosheid  kan je hypnose zien als een speciaal type bewustzijn. De gehypnotiseerde is meer afgestemd op  interne processen, precies zoals een slapende persoon meer gericht is op dromen dan op externe gebeurtenissen. Net als een slaper kan een gehypnotiseerde hardop spreken en gericht zijn op externe begeleiding, hoewel zijn spraak duidelijker en begrijpelijker is en hij is meer aandacht heeft voor externe begeleiding.

Q: Is een hypnotische trance een soort mystieke extatische toestand waardoor de gehypnotiseerde persoon iemand anders is?

A: Hypnotische trances zijn verweven in ons dagelijks leven. Iedereen kan zich wel herinneren dat hij of zij uitzonderlijk goed functioneerde of bijzondere dingen anders dan normaal ervoer.

Thema 5: Vraag over resultaten op lange termijn

V: Is hypnose een gevaarlijke procedure?

A: Hypnose is een krachtig therapeutisch instrument en een ervaren therapeut kan er veel goeds mee doen. Het is dus zoals met alles, belangrijk om de “juiste persoon te kiezen voor de juiste klus.” 

Bovenstaande antwoorden aan de patiënt zijn niet bedoeld om diens mythische verwachtingen te ontkennen maar de verwachtingen die daarin doorklinken te herformuleren zodat ze gemakkelijk te begrijpen, wetenschappelijk geloofwaardig en werkbaar zijn.

De belangrijkste notie is dat therapeut en patiënt vaak worstelen met cultureel-mythische lasten.

Therapeuten kunnen sommige aspecten van de hypnose mythe gebruiken om de hypnotherapie aangenamer, spannender en fascinerender te maken. Deze benadering van de hypnose-mythe helpt  de patiënt niet alleen zijn beperkende afhankelijkheid van oude mythologie te vervangen maar ook   samen met de hypnotiseur, een nieuwe mythische weergave van hypnose te construeren die meer aansluit op de moderne samenleving. 

Daarnaast kan de voorgestelde aanpak op lange termijn, door het her-mythologiseren ook invloed   hebben op de cultureel bepaalde percepties van het grote publiek. 

De ideeën die hier worden gepresenteerd zijn gebaseerd op de theoretische benadering van mythe en hermythologiseren ontleend aan culturele studies en geverifieerd door de klinische ervaring van de auteur. Meer klinische ervaring en empirische studies zijn nodig om deze ideeën verder te ontwikkelen en bijvoorbeeld te ontdekken hoe hermythologiseren van de verwachtingen de hypnotiseerbaarheid of de effectiviteit van hypnotische suggesties beïnvloedt

Literatuur

  • Fisher, K. E., Erdelez, S., & McKechnie, L. (2005). Theories of information behavior. Medford,

NJ: Information Today.

  • Johnson, M. E., & Hauck, C. (1999). Beliefs and opinions about hypnosis held by the general public: A systematic evaluation. The American Journal of Clinical Hypnosis, 42(1), 10–20.
  • Lévi-Strauss, C. (1966). The savage mind. Chicago, IL: The University Of Chicago Press.
  • Meletinsky, E. M. (2001). The poetics of myth. New York, NY: Routledge
  • Slabbert, M. (2009). Inventions and transformations: An exploration of mythification and remythification in four contemporary novels (Doctoral dissertation). Pretoria, South Africa: Unisa ETD (4206). Retrieved from http://hdl.handle.net/10500/2267

©2020, Johan Eland

  

Geïnteresseerd geworden in hypnose? Om meer te weten te komen over hypnose vanuit algemene belangstelling of het volgen van een opleiding, meld je dan aan voor een gratis webinar, informatieavond of instapcursus hypnose