Encyclopedie voor hypnose

Baquet

Mesmer met banquet en Patienten

Het mesmeriseren aan het baquet was een levendig en sociaal gebeuren. Vooral adelijke dames ontmoetten elkaar regelmatig aan het baquet en wisselden daar de laatste nieuwtjes uit. Onder de volgelingen van Mesmer bevonden zich vele vrijmetselaars die zich in toenemende mate bezighielden met de op komst zijnde revolutie.

In Frankrijk werd de toeloop van patienten zo groot dat Franz Anton Mesmer ook groepsbehandelingen moest geven. Hij richtte daarvoor een behandelruimte aan de Place Vendome. Een zaal bijna geheel bekleed met geluiddempende tapijten en rijkelijk voorzien van allerlei astrologische symboliek. Spiegels aan de wand, muziek en parfum moesten bijdragen aan het krachtig circuleren van het aanwezige fluïdum. In een bijna gewijde sfeer werden de vaak adellijke en invloedrijke patiënten behandeld. Om meerdere mensen tegelijk te kunnen behandelen bedacht Mesmer het zg. baquet. Dit was een houten tobbe waarin flessen stonden gevuld met gemagnetiseerd water, tot poeder gestampt glas en ijzervijlsel. In het baquet werd het dierlijk magnetische vloeistof (fluïde) opgeslagen en daaruit gedistrubueerd. Door de houten deksel staken ijzeren staven omhoog. Ze waren gebogen in rechte hoeken zodat de patienten ze goed konden vasthouden of aandrukken tegen een ziek lichaamsdeel. Ook werden de patiënten soms, om met elkaars fluïdum een krachtige keten te vormen, met een koord met elkaar verbonden. Als dat niet de gewenste uitwerking had kwam de meester zelf tevoorschijn. Gekleed in een lange zijden purperen gewaad ging Mesmer langs de patiënten. Hij keek ze doordringend aan en raakte met z’n hand of gemesmeriseerde staf de zieke even aan. Vaak was dat genoeg om de gewenste heilzame crisis te doen ontstaan. Sommige patiënten werden stuiptrekkend en schreeuwend door Antoine, de zaalknecht weggedragen naar de. zg. crisiskamer. Anderen vielen in een diepe slaap. Enkele slapers legden contact met geesten van overledenen die met het fluïdum boodschappen konden overbrengen.

Leidse flessen

Door Ellywa op de Nederlandstalige Wikipedia, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org

Het baquet was niet helemaal aan het brein van Mesmer ontsproten. Eerder in zijn carriere probeerde hij met elektriciteit het fluïde te beïnvloeden. Hij gebruikte daarvoor de onderzoeksresultaten van de Nederlandse natuurkundige Pieter van Musschenbroek. Die experimenteerde met elektriciteit en bedacht in 1746 de zg. Leidse flessen om elektriciteit in op te slaan. De Leidse fles bestaat uit een wijde glazen fles die van buiten met tinfolie is bekleed. De fles is gevuld met (geleidend) water. Het glas van de fles isoleert. Aan de bovenkant van de fles zit een bolvormige elektrode die in verbinding staat met het water in de fles. De combinatie glas, water en metaal keerde terug in Mesmers baquet.
Johan Eland

 

Dave Elman

Dave ElmanDave Elman (1900-1967) is geboren als David Kopelman op 6 mei 1900 in Amerikaanse staat North Dakota. Toen hij acht jaar was raakte hij geïnteresseerd in hypnose. Zijn vader had kanker. Een familielid behandelde Elmans vader met hypnose om zijn pijn te verlichten. Zo kon hij tot vlak voor zijn dood nog met zijn kinderen spelen. Dit maakte diepe indruk op Elman.
Dave Elman was een zeer getalenteerd man. In zijn jonge jaren werkte hij als komiek in de showbusiness en als hypnotiseur. Hij speelde ook saxofoon en viool. Vanaf 1920 werkte hij voornamelijk voor de radio en veranderde zijn naam in Elman.

Op een dag belde een hypnotiseur op het laatste moment af. Elman greep zijn kans en gaf een spontane hypnoseshow. In het publiek zaten artsen die hypnose gebruikten in hun werk. Ze waren zo onder de indruk van de snelheid en handigheid van zijn methode, dat zij Elman verzochten hen te trainen, onder meer in het in hypnose brengen van hun patiënten en het verminderen van de angst voor een operatie. Maar ook in behandelen van fobieën, allergieën en toepassen van regressietherapie. Vanaf dat moment trainde Elman artsen, tandartsen en psychiaters in hypnose; meer dan 10.000 medische professionals.

Een van de meest effectieve en snelle inductiemethodes die ooit is ontwikkeld, is de Elman-inductie. Elman was ervan overtuigd dat artsen niet geïnteresseerd waren in een inductiemethode die langer dan drie tot vijf minuten zou duren. Hij was zelfs de eerste die een persoon in een staat van somnambulisme kon brengen en tegelijkertijd de staat kon testen. Daarnaast ontwikkelde hij een betrouwbare en toetsbare techniek genaamd Esdaile-staat. Dit is een staat van diepe hypnose waarin een patiënt een operatie kan ondergaan. Elman is ook bekend om zijn methodes van pijnvermindering. Elman ging ervan uit dat ieder symptoom een oorzaak heeft. Het doel van de hypnose is de oorzaak van het probleem te vinden en te elimineren.

Tot op de dag van vandaag is zijn werk nog niet helemaal begrepen. Elman is bekend om zijn krachtige universele inductie en directe suggesties, terwijl de kern van zijn werk is gebaseerd op regressie als de beste methode om de oorzaak van een probleem te ontdekken.
De artsen die Elman trainde leverden opmerkelijke prestaties. Zoals de eerste openhartoperatie met slechts hypnose als anesthesiemiddel. Ook brachten ze het eerste kind ter wereld met hypnose als middel voor pijnbestrijding.

Elman heeft een groot aantal technieken beschreven die ook in onze moderne tijd kunnen worden toegepast. In zijn boek Hypnotherapybeschrijft hij het geval van een psychiater, die zijn hulp inriep voor een patiënte die spontane buikpijn kreeg na een galblaasoperatie. Aangezien de operatie zelf goed was verlopen, was er geen reden voor de pijn. Onder hypnose herinnerde de patiënte zich de woorden van de chirurg: ‘Kijk eens naar deze galblaas, ze zal hierna nooit meer hetzelfde zijn.’ Het onderbewustzijn van de patiënte interpreteerde deze woorden letterlijk. De arts bedoelde het in positieve zin, echter het onderbewustzijn vatte de woorden in negatieve zin op. Met als resultaat: buikpijn. Toen de oorzaak eenmaal was vastgesteld, kon deze makkelijk met hypnose worden hersteld en bleef de pijn weg. Vervolgens deed Elman een test met de artsen om te kijken of herhaling van deze bevinding mogelijk was. De test bevestigde dat het onderbewustzijn in staat was de woorden op te slaan die tijdens de operatie onder chemische anesthesie werden gesproken. Dit opent de deur naar diepgaand onderzoek naar gesproken woorden tijdens een operatie die positieve suggesties geven voor een snel herstel.

Elman heeft de hypnotherapie verrijkt met zijn persoonlijke stijl van werken, die makkelijk aan te leren en toe te passen is. Hij is de uitvinder van wat we nu de directe hypnose noemen.

 

Milton Erickson

Milton Erickson (1901-1980) was een Amerikaans psycholoog en psychiater die beroemd werd als hypnotherapeut. Op zijn zeventiende kreeg hij polio en raakte enige tijd in een diepe coma. Na deze ervaring groeide zijn interesse voor de trancestaat. Hij volgde studies aan de universiteit en richtte zich daarna op hypnose. Hij werkte met patiënten bij wie hij de indirecte vorm van hypnose toepaste. Hij deed uitgebreid onderzoek naar hypnose en schreef er veel boeken over, zoals My voice will go with you, Hypnotic realities, en The practical application of medical and dental hypnosis.
Zijn werk wordt beschreven als spraak- of indirecte hypnose: een combinatie van psychotherapie met trancestaat, metaforen, verwarringstechnieken en spraakpatronen.
Zijn werkwijze is niet makkelijk te leren. Hij personaliseerde elke sessie met zijn patiënten en verwerkte er ook zijn eigen ervaringen in.

Ernst Hilgard

Ernest Hilgard (1904-2001), psycholoog en professor aan de Stanford Universiteit, is bekend om zijn uitgebreide onderzoek naar hypnose. Hij publiceerde een aantal boeken over hypnose, zoals: Hypnotism: an objective study in suggestibility, General techniques of hypnotism enDivided consciousness: multiple controls in human thought and action. Hij is ook co-auteur van verschillende boeken over hypnose en pijn. Hilgard ontwikkelde een theorie over de aanwezigheid van een verborgen waarnemer in de mind van een cliënt gedurende hypnose. De theorie verklaarde dat een persoon in hypnose zijn eigen pijn kon observeren zonder de negatieve sensaties ervan te voelen. Deze theorie is onderwerp van veel discussie geweest.Samen met andere onderzoekers ontwikkelde hij de Stanford Hypnotic Susceptibility Scales. In de General Psychology enquête, gepubliceerd in 2002, stond Hilgard op de 29steplaats als meest geciteerde psycholoog van de 20steeeuw.Hilgard definieerde hypnose als ‘geaccepteerde verbeeldingskracht’. De American Psychological Association vernoemde hun Lifetime Achievement Award naar Hilgard, als eerbetoon aan deze grote, ondergewaardeerde onderzoeker van hypnose.

Hypnagogische beelden

Duits: Hypnagoge Halluzinationen/Visionen
Engels: Hypnagogic imagery/hallucinations
Frans: Images/illusions hypnagogiques

De overgang van waken naar slapen heet hypnagogie en betekent ‘aan de slaap voorafgaand’. (Die van slapen naar waken is hypnopompie ofwel ‘op de slaap volgend’.) Die overgang geeft ‘vaak zeer levendige, sterk afwisselende beelden, die zich in de periode van het inslapen – bij veel mensen zeer regelmatig – plegen voor te doen en ook na het openen van de ogen nog een poos kunnen voortduren’ (Freud, 1900a; 2: 57). Deze beelden zijn geen dromen in de strikte zin.
Het verschijnsel werd door Herbert von Silberer (1882-1923) benoemd als ‘autosymbolische Phänomene’. Hij ontwikkelde zijn ideeën hierover gelijktijdig met Freuds droomduiding en beïnvloedde er vooral C.G. Jung mee. Volgens Silberer zijn het beknopte maar concrete beelden van ongecensureerde gedachten en abstracte ideeën. Anderen gebruikten andere namen zoals ‘illusions hypnagogiques’ (Alfred Maury), ‘Bildbewusstsein’ (Carl Happich) en ‘Katathymes Bilderleben’ (Hanscarl Leuner). Leuner bedacht een therapeutische toepassing (Symboldrama) en werd daarin gevolgd door Krojanker (Symbolic drama).
Hypnagogische beelden worden ook voor creatieve doelen gebruikt. Salvador Dalí zette een blikken bord voor zich en hield daarboven een lepel die, zodra hij sliep, op het bord kletterde zodat hij ontwaakte en zich de hypnagogische beelden herinnerde. Thomas Alva Edison hield voor dat doel twee ballen vast die hem wekten op het hypnagogische moment. De daarmee geproduceerde ideeën en oplossingen noteerde hij onmiddellijk in een kladblok. Ook Keats, Brahms, Wagner en Goethe benutten de hypnagogische beelden.
Literatuur
Freud, S. (1900a) ‘De droomduiding’, Werken 2.
Leuner, H. (1990) Dagdroomtherapie. Basis cursus Symbooldrama . Katwijk aan zee, Servire.

Hypnopompe beelden

Duits: Hypnopompische Bilder/Halluzinationen
Engels: Hypnopompic imagery/hallucinations
Frans: Images/illusions hypnagogiques

Hypnopompie, ofwel ‘de slaap volgend’ is de overgang van slapen naar waken. (De overgang van waken naar slapen heet hypnagogie en betekent ‘de slaap voorafgaand’).
De term komt van Frederic William Henry Myers (1843-1901). Hij wordt gezien als een belangrijke vroege dieptepsycholoog en had veel invloed op collega’s als William James, Pierre Janet, Théodore Flournoy en Carl G. Jung.

In beide toestanden komen zogenaamde ‘sluimerhallucinaties’ voor. Ze kunnen bijzonder beangstigend en realistisch zijn. In het hypnopompe stadium doen zich vlak voor het ontwaken beelden voor die lijken op hypnagogische beelden. Deze hallucinaties zijn in feite dromen op het verkeerde tijdstip. Het komt algemeen voor hoewel het opmerkelijk is dat 65 procent van narcolepsiepatiënten hypnagogische of  hypnopompe hallucinaties rapporteren.
Toch is de hypnopompie niet hetzelfde als hypnagogie, al heeft het er veel van weg. Er is een verminderde activiteit in de frontale kwabben vlak na het ontwaken – ook wel ‘sleep inertia’ of ‘slaapmatheid’ genoemd. Deze zorgt voor een verminderd reactievermogen en een verslechterd kortetermijngeheugen.

Johan Eland

Literatuur
Droogleever Fortuyn, H.A. (2011) Narcolepsy, aspects of the psychiatric phenotype. Proefschrift (via http://www.psy.nl).
Myers, F.W.H. (1922) De menschelijke persoonlijkheid en haar voortbestaan na den lichamelijken dood. Wereldbibliotheek, Amsterdam

Kein, Gerald

Vanaf jongs af aan was Gerald Kein (1939-2017) – Jerry voor zijn vrienden en collega’s – gefascineerd door hypnose. Hij is afgestudeerd aan Rollings College in Winter Park, Florida en bezit een onderwijsbevoegdheid. Op jonge leeftijd kwam hij in contact met Elman. Hij was een van de weinige niet-medisch opgeleide mensen die door Elman werden getraind.

Het werk van Kein op het gebied van hypnose is opmerkelijk. In 1979 richtte hij het OMNI Hypnosis Training Center op. Dit is vandaag de dag een van de bekendste instituten op het gebied van directe hypnose ter wereld. Hij trainde duizenden hypnotherapeuten in meer dan 80 landen. Professionals van over de hele wereld volgen zijn training; inclusief artsen, tandartsen, psychologen en therapeuten.

Na zijn pensionering in 2015 is het OMNI Hypnosis Training Center overgenomen door Hansruedi Wipf uit Zwitserland. Hij zorgt ervoor dat het levenswerk van Kein zorgvuldig wordt doorgegeven. Tot aan zijn overlijden was Gerald Kein erevoorzitter van het OMNI Hypnosis Training Center.

Magnetisme, dierlijk

Duits: Animalischer Magnetismus
Engels: Animal magnetism
Frans: Magnétisme animal

Theorie (1766) van de arts Franz Anton Mesmer (Iznang, 23 mei 1734 – Meersburg, 5 maart 1815), die uitgaat van een alom aanwezig en alles doordringend fluïde dat bij disbalans in mens en dier ziekte veroorzaakt. Een overmaat aan magnetisme kan met bepaalde handelingen (passes) én wilskracht door de magnetiseur overgebracht worden op een zieke met een tekort. Vooral vingertoppen en ogen zijn de plaatsen van waaruit het fluïde gestuurd wordt. Dit magnetiseren deed Mesmer met aanraken maar het bleek later ook op afstand te kunnen. (Zie mesmerisme)

Literatuur
Gysen, W. (2001) Franz Anton Mesmer. Sigma, Tilburg
Mesmer, F.A. (1766) Dissertatio physico-medica: De planetarum influxu in corpus humanum.
Pattie, F.A. (1994) Mesmer and animal magnetism. Hamilton, Edmonston Publications.
Sloterdijk, P. (1986) De toverboom: het ontstaan van de psychoanalyse in het jaar 1785; episch essay over de filosofie van de psychologie. De Arbeiderspers, Amsterdam.
J. Vijselaar (2001) De magnetische geest. Het dierlijk magnetisme 1770-1830. Nijmegen, SUN.

Manupilatie, manipuleren

ma·ni·pu·le·ren (manipuleerde, heeft gemanipuleerd) 1.betasten, bevoelen; 2. handig, slim beïnvloeden; Bron: Van Dale

Manipulatie is in de psychologie een begrip waarmee bedoeld wordt: de wijze van overtuigen van een persoon, om tot een bepaald idee van een zaak of een ander te laten komen door middel van beïnvloeding bij die persoon van zijn persoonlijke levenssfeer, zijn persoonlijke (geloofs)overtuiging zonder daarbij ter zake doende argumenten te gebruiken. De grens tussen manipulatie en normale beïnvloeding is nauwelijks te trekken; alleen de twee uitersten zijn herkenbaar. Een manipulator manipuleert om zijn of haar voordeel te krijgen en gaat vaak plannend te werk om zijn of haar doel te bereiken. (Wikipedia).

Eerzame vrouwen, meisjes en verwijfde mannen bedreigd.

Fokke SimonsVolgens de schrijver Arend Fokke Simonsz (1755-1812) is manipuleren een aan de magnetiseurs ontleend kunstwoord. Het betekent volgens hem: “.. met de hand betasten en rondom bevoelen; , welke den Magnetischen Slaap trachtten te doen ontstaan, door middel van met de handen over de leden hunner Patiënten, naar zekeren bepaalden streek, zachtelijk te bewegen.
En hij had gelijk. De Leidse hoogleraar F.J. Voltelen (1753-1795) trekt in 1791 in een redevoering fel van leer tegen het dierlijk magnetisme dat ook in Nederland dreigde vaste voet aan de grond te krijgen. Hij ziet vooral de eerzame vrouwen, meisjes en verwijfde mannen bedreigd en beschrijft hoe de in Rotterdam en Den Haag optredende Fransman Niphond dat bewerkstelligt: ”…Hij naamelijk, dien de kunstverrichting was toevertrouwd, plaatste zijne hand op de bovenbuikzijde, met de vingers gestrekt naar den navel, daalde vervolgens met deeze zijne hand, onder eene zachte drukking, neder langs den onderbuik, lendenen en liezen, en wreef of kittelde deeze deelen op die wijze, somtijds uuren lang, – eene bewerking die men manipulatie of betasting noemt.”
Een paar bladzijden verder verrijkt de criticaster van het magnetisme de Nederlandse taalschat met nog een nieuw woord: Hij schrijft:”…..Zij naamelijk die op eene behoorlijke wijze zijn gemagnetiseerd, (men vergunne mij voor eene nieuwe zaak een nieuw woord te gebruiken)”.

Afbeelding Voltelen

F.J. Voltelen (1753-1795)

Voltelen gaat zelfs verder dan Fokke Simonsz. In een voetnoot schrijft hij: ‘Door het woord Manipulatie of betasting, in deeze Redevoering gebruikt, wordt, wel is waar, in de allereerste plaats en voornamenlijk verstaan die bestrijking of bevoeling, die den Lijder zelve plaatselijk aanraakt, doch echter niet uitgeslooten die bijzondere wijze, welke men naderhand in plaatze der eerste heeft ingevoerd, om de oppervlakte van ’t Lichaam zelve niet aanteraaken; eene geneeswijze, die, zo zij de natuurlijke gevoelens van een eerbaar gemoed zomtijds minder kwetst, aan den anderen kant een sterker bewijs schijnt opteleeveren van den rol, dien de verbeeldingskracht in dit alles speelt, gelijk bij het verslag van de leden der Academie te Parijs reeds te recht is aangemerkt.”

In de loop van de tijd krijgt de uitdrukking manipuleren een uitgesproken negatieve bijklank: een manipulator is iemand die met kunstgrepen een ander naar zijn hand zet. Los van de vraag of er aanleiding is gegeven tot deze verdachtmaking hebben vele wetenschappers om uiteenlopende redenen en met wisselend succes geprobeerd de naam van wat eens begon als animal magnétisme te veranderen.

Johan Elands

Literatuur

  • F.J. Voltelen – Redevoering van F.J. Voltelen, Hoogleeraar in de Genees en Scheikunde, over het Dierlyk Magnetismus, opentlyk uitgesprooken, by het plechtig nederleggen van den Post van Rector Magnificus van ‘s Lands Hooge Schoole te Leyden, den 8 Febr. 1791. Uit het Latyn vertaald, door J. Veirac, M.D. enz. te Rotterdam. Te Leyden by H. Mostert, 1791.
  • Arend Fokke Simonsz – Verhandelingen over Waken, Droomen en Slapen, den Magnetische slaap en het Dierlijk magnetismus – 1814, A.B. Saakes.

Moederhypnose

  • Duits: Mutterhypnotismus
  • Engels: Motherhypnosis / Coaxing hypnosis

‘Van de verliefdheid is het duidelijk maar een kleine stap naar de hypnose’, schrijft Freud (1921, 265/266). Met dezelfde kenmerken: ‘deemoedige onderwerping, plooibaarheid en kritiekloosheid tegenover de hypnotiseur […] Dezelfde absorptievan het eigen initiatief; het lijdt geen twijfel, de hypnotiseur is in de plaats van het Ik-ideaal gekomen.’ Eerder gebeurde dat wanneer een kind in de eerste vijf jaren ‘in een van de ouders een eerste liefdesobject had gevonden’, stelt Freud (1921, 263).

Sándor Ferenczi (1909) opperde de hypnotische band tussen moeder en haar jonge kind. In tegenstelling tot de autoritaire vaderhypnose ontstaat de moederhypnose het best in een halfdonkere kamer en absolute stilte terwijl de moeder vriendelijk, enigszins monotoon spreekt en met een hand over het voorhoofd van het kind strijkt. Ook het vertellen van sprookjes en het zingen van bakerliedjes bevordert deze hypnosevorm. Wie zou zo’n moeder niet gehoorzamen, vraagt Ferenczi zich af. Wat hem betreft zijn de vaderhypnose en moederhypnose niet strikt gebonden aan vader en moeder maar kunnen desgewenst ook gewisseld worden. Zie ook vaderhypnose. [JE]

Literatuur

  • Ferenczi, S. (1909) ‘Die rolle der Übertragung bei der Hypnose und bei der Suggestion’, in: Bausteine zur Psychoanalyse, band 1. Hans Huber, Bern (1927/1964).
  • Freud, S. (1921c) ‘Massenpsychologie und Ich-Analyse’, Werken 8, 227-292.

 

Puységur, Markies de

Markies de Puységur (1751-1825) is de belangrijkste leerling van F.A. Mesmer. Hij beschreef als eerste het kunstmatig somnambulisme. Ook ontdekte hij dat magnetiseren zonder de patiënt aan te raken, zoals Mesmer deed, mogelijk was. De Puységur was een succesvol behandelaar. Om de onophoudelijke stroom patiënten (een ononderbroken processie schreef hij) die zich op zijn landgoed te Busancy aandiende te behandelen magnetiseerde hij een boom en verzamelde daaronder de patiënten. Zij hielden elkaar vast aan een duim en strengelden een koord, dat aan de boom gebonden was, om een ziek lichaamsdeel. Zo voelden ze het fluïde door zich stromen. Na afloop herinnerden zij zich niets van de behandeling. De Puységur vermeldt dat in minder dan een maand van 300 patiënten er 62 met verschillende ziekten genazen. De Puységur was een sociaal ingestelde man. Hij richtte de Societé Harmonique des Amis Réunis op. De ruim 200, veelal aristocratische, leden leerden van hem magnetiseren, waarmee zij onbemiddelde patiënten gratis behandelden. Tijdens het Revolutionair schrikbewind werd het gezin De Puységur twee jaar in een gevangenis opgesloten. Daarna werd het gerehabiliteerd en Napoleon Bonaparte benoemde De Puységur tot burgermeester van Soisson. [JE]

Literatuur

  1. Gauld, A. (1992) A history of hypnotism. Cambridge University Press, New York.
  2. Hellinckx, W. (2001) De kleine Alexander, A.M.J. de Chastenet de Puységur (1751-1825). Dagboek over de behandeling met magnetisme van een jongen met aanvallen van razernij en waanzin. Candide, Amsterdam.

Somnambulisme

Somnambulisme, kunstmatig / magnetisch
Duits: Künstlich hervorgerufener / magnetischer Somnambulismus
Engels: Artificial / magnetic somnambulism
Frans: Somnambulisme provoqué / magnétique

A.M.J. de Chastenet de Puységur (1751-1825) magnetiseerde in 1784 de drieëntwintigjarige Victor Race ter behandeling van diens borstaandoening. Race kreeg niet de gebruikelijke magnetische crisis maar viel in een slaap waarin ook slaapwandelaars verkeren. Victor kon slapend communiceren en sprak met hoge stem ‘veel lucider en verstandiger’ over de oorzaak, het verloop en benodigde behandeling van zijn kwaal. De Puységur noemde deze slaap het ‘kunstmatige somnambulisme’. Hij was er rotsvast van overtuigd dat de patiënten zelf de juiste behandeling voorschreven en noemde hen de ‘patiëntdokter’. De Puységur merkte dat de behandeling ook de behandelaar beïnvloedt en dat andersom niet alleen diens wil maar ook zijn stemmingen en gevoelens – positieve én negatieve, zoals teleurstelling en woede – in hoge mate het resultaat van de behandeling bepalen. Puységurs werk lag aan de basis van talloze studies die uitmondden in de ontdekking van het onbewuste. De ontdekking van het kunstmatige somnambulisme was belangrijk voor een aantal studies van klinisch-psychologische aard die leidden tot het gebruik van de hypnose als medisch-psychotherapeutisch hulpmiddel waaruit later de psychoanalyse ontstond.

Johan Eland

Literatuur
Beaunis, H.E. (1886) Le somnambulisme provoqué: études physiologiques et psychologiques. Baillière, Parijs.
Hellinckx, W. (2001) De kleine Alexander, A.M.J. de Chastenet de Puységur (1751-1825); Dagboek over de behandeling met magnetisme van een jongen met aanvallen van razernij en waanzin. Candide, Amsterdam.

Vaderhypnose

Vaderhypnose / angsthypnose
Duits: Vaterhypnotismus
Engels: Fatherhypnosis

J.C. Flugel zag overeenkomsten tussen de hypnotische staat en sommige mentale karakteristieken in de vroege kindertijd. Hij concludeerde dat de hypnotische trance een regressie is naar de relatief infantiele mentale staat. Het rapport tussen hypnotiseur en subject zag Flugel als een herbeleving van vroege relaties tussen ouders en kind. Volgens Ernest Jones heeft de door een arts opgeroepen hypnose dezelfde mentale kenmerken van de vroege jeugd. Sándor Ferenczi (1909) ging een stapje verder. Hij noemde de ‘psychoanalytische meegaandheid’ in hypnose wilszwakte en schreef die toe aan angst en liefde. Ferenczi stelde dat er in de vroege jeugd een speciale hypnotische band is tussen het kind en de vader en de moeder. De vader roept deze hypnotische band op met een overrompelingstechniek. Hij geeft bevelen ‘zo zeker dat tegenstribbelen onmogelijk is’. Hij dwingt respect af en wordt zo onvoorwaardelijk gehoorzaamd en geïmiteerd. Deze autoritaire, vaderlijke pedagogie komt tot uiting in het militaire apparaat. In de Eerste Wereldoorlog werden getraumatiseerde soldaten met de vanzelfsprekende autoriteit van de arts gehypnotiseerd, die daarna suggesties op even autoritaire wijze opdroeg. Vooral degenen in een ondergeschikte maatschappelijke positie zouden extra bevattelijk zijn voor hypnose. Zo zouden militairen op bevel van een meerdere veel gemakkelijker in trance te brengen zijn. Samen met elektriseren werd in de Eerste Wereldoorlog deze hypnose ook gebruikt om te disciplineren. Psychoanalytici zoals Ernst Simmel en Sigmund Freud toonden zich daarover verontwaardigd. Volgens hen staan genezen en diciplineren haaks op elkaar. Zie ook Moederhypnose.

Johan Eland

Literatuur
Ferenczi, S. (1909) ‘Die rolle der Übertragung bei der Hypnose und bei der Suggestion’, in: Bausteine zur Psychoanalyse, band 1. Hans Huber, Bern (1927/1964).
Ferenczi, S. (1915) ‘The analysis of comparisons’, in: Further contributions to the theory and technique of psychoanalysis. Hogarth Press, Londen (1926/1950).
Flugel, J.C. (1948). Psychoanalytic study of the Family. Hogarth Press, Londen.
Kivits, T. (1997) Freud Revisited. Over hypnoanalyse en hypnotherapie. Van Gennep, Amsterdam.