Collectief hypnose geheugen een gatenkaas

Hypnotherapeuten kunnen veel leren van hun voorgangers. De hypnosegeschiedenis kent talloze onderzoekers én therapeuten die hun bevindingen en ervaringen op papier hebben gezet. Ontelbare vaak uitgebreide gevalsbeschrijvingen geven inzicht in de technieken die door de jaren heen gebruikt werden. Vragen wie hypnotiseerbaar is, hoe gehypnotiseerd moet worden, welke procedure gebruikt en bij welke klachten zijn terugkerende thema’s die in tweehonderdenvijftig jaar verschillend beantwoord zijn.
Een rijke erfenis die het onnodig maakt om telkens het wiel opnieuw uit te vinden.
Wie nu terugkijkt kan met al die ervaringen een wiel in elkaar zetten met als spaken de meest beproefde technieken en met doorlopend aan de praktijk getoetste inzichten.

Pandemieën

Grieppandemieën lijken zich te herhalen. Tussen 1889 en 1890 hield de Aziatische of Russische griep huis in grote delen van de wereld. Een miljoen doden was te betreuren. Door de komst van spoorwegen en stoomboten kon de ziekte zich snel wereldwijd verspreiden. Voor het eerst gerapporteerd in St. Petersburg in december 1889 sloeg zij binnen vier maanden over de hele wereld toe en bereikte een hoogtepunt in de VS, zeventig dagen na St. Petersburg.
Niet zo gek dus dat met de gruwelen van deze ziekte vers in het geheugen Jonas Grossmann, redacteur van Zeitschrift für Hypnotismus, in 1892 ‘Die Erfolge der Suggestions therapie (Hypnose) bei Influenza’ schreef.
Therapeuten vragen zich af of en hoe zij iets kan doen voor corona patiënten. Voorlopig is er nog geen vaccin en als we Duitse artsen moeten geloven zijn de antistoffen een kort leven beschoren. Wat kunnen we doen? Wat deed Grossmann? Het immuunsysteem verbeteren? Slechte gewoonten afleren (geen handen schudden)? Goede gewoonten aanleren (afstand houden)?
Boekte hij echt goede resultaten of was het alleen theorie. Wie dat wil weten moet op reis. Drie Duitse bibliotheken en een Zwitserse leeszaal hebben een exemplaar van Grossmanns boekje. Desnoods reist de geïnteresseerde hypnotherapeut naar Londen. In Nederland is het werk van Grossmann in geen enkele bibliotheek te vinden.

Verzameling oude boeken

Nieuwsgierig dwaalt kersverse directeur T. Mark Hodges van de Medisch Centrum Bibliotheek van de Vanderbilt Universiteit in 1973 over zijn nieuwe werkterrein. Hij snuffelt in zalen, opent kasten en trekt laatjes open. Ook kijkt hij in allerlei gebouwtjes op het universiteitsterrein. In een onverwarmd en ongeventileerd schuurtje vindt hij een stapel dozen met boeken en andere papieren die er zo te zien al jaren onaangeroerd staan. Navraag leert dat de spullen inderdaad al bijna 40 jaar in het schuurtje liggen zonder dat iemand er ooit naar omkeek. Het zijn ongeveer achthonderd boeken over hypnose en verwante onderwerpen. Niet alleen boeken, ook gebonden herdrukken, mappen met ingeplakte krantknipsels, tijdschriftartikelen, proefschriften met stellingen en lezingen.

Het is een van de vele hypnoseteksten die in Nederland, met duizenden hypnose belangstellenden, niet of nauwelijks te vinden zijn. Het collectieve geheugen van de hypnosewereld zit vol gaten. Een reden waarom therapeuten telkens het wiel opnieuw moeten uitvinden. Wie liever leert van voorgangers meldt zich bij de Vanderbilt University in Nashville, Tennessee (USA) en vraagt naar de Albert Moll Hypnosis Collection en vooral ook naar de wonderlijke herkomst van de boeken.

Het lijkt directeur Hodges een mooie verzameling maar tot zijn verbazing is ze niet gecatalogiseerd. Hij vraagt zich af of de boeken de moeite waard zijn om te bewaren en te catalogiseren of dat hij ze beter kan verkopen. Hij raadpleegt vier collega’s. Elk van hen geeft hetzelfde antwoord: (a) deze collectie is uniek; (b) zij moet intact blijven; en (c) als je besluit om te verkopen laat mij dat dan als eerste weten. Zo’n vondst roept natuurlijk vragen op. Van wie waren de boeken en waarom heeft de eigenaar ze afgestaan en hoe komt de bibliotheek er aan.
Hodges ontdekt dat de Berlijnse boekhandelaar Oscar Rothacker de boeken in 1934 aanbood voor omgerekend €200. Rothacker had eerder te maken met bibliothecaris, Eileen R. Cunningham bij de verkoop van Duitse tijdschriften. Blijkbaar heeft de antiquaar geen andere gegadigden want de bibliotheek heeft van oktober 1934 tot februari 1935 nodig om te beslissen over de aanschaf.
De prijs kan geen bezwaar zijn want zelfs in deze depressiejaren is de collectie volgens hoogleraar Vanderbilt spotgoedkoop.
De enige psychiater van de universiteit Frank H. Luton zegt: “Hypnose is geen dood onderwerp en ik denk dat deze zeer complete collectie een belangrijke aanvulling op de bibliotheek.” Bij de eerste stemming van de bibliotheekcommissie kiezen zes leden voor overname, drie zijn tegen. Nadat de boekhandelaar een complete titellijst heeft opgestuurd gaan twee leden van de commissie die eerder negatief stemden overstag en wordt de collectie in maart 1935 vanuit Duitsland verscheept.

Albert Moll

Psychiater/ seksuoloog Albert Moll (1862-1939) Pacifisten en  sociaal- democraten   verachte-lijke vijanden…

De boeken zijn afkomstig van de psychiater en seksuoloog Albert Moll.
Hoewel hij tijdens de Eerste Wereldoorlog niet in het leger dient, is hij nauw betrokken bij de oorlog. Volgens Hoenig (1977a) steekt hij zijn Pruisische patriottische en militaristische kijk op de samenleving niet onder stoelen of banken. Hij vindt pacifisten en sociaaldemocraten verachtelijke vijanden van het vaderland en betreurt hun activiteiten tijdens en na de oorlog. De eerste Duitse nederlaag treft hem diep. Na de oorlog slaat hij elke uitnodiging af voor bijeenkomsten waar Franse soldaten in uniform zijn.
Hoe vreemd zijn patriottische ijver is, nog onbegrijpelijker is het dat hij in 1936, als de nationaalsocialisten aan de macht zijn, zijn uiterste best doet om in zijn ‘Herinneringen’ positieve opmerkingen te maken over het nazi regime waarvan hij niet veel later zelf slachtoffer wordt.
In september 1938 trekken de nazi’s zijn vergunning voor zijn artsenpraktijk in.
Een jaar later sterft hij vrijwel alleen. Geen krant of vakblad neemt nota van zijn overlijden, terwijl hij nog maar zeven jaar eerder, op zijn zeventigste verjaardag, van zijn studenten een oorkonde kreeg waarin zij hem eerden als vooraanstaand clinicus en leraar.

Ellenberger (1970) schrijft daarover: 23 september 1939, werd gekenmerkt door de dood van twee mannen die elkaar van harte verafschuwden: Sigmund Freud in Londen en Albert Moll in Berlijn. Hoewel de ene wereldberoemd stierf en de andere in totale vergetelheid, zijn er interessante overeenkomsten in hun biografieën. Beiden zoon van Joodse kooplieden werden ze arts en beiden geïnteresseerd in hypnose en in onderzoek naar het onbewuste. Ook ging hun belangstelling uit naar seksuele pathologie, vooral in de evolutionaire stadia van het seksuele instinct, dat Moll libido sexualis noemde en Freud (verwijzend naar Moll) libido.

Boekverbranding

Boekverbranding door de Nazi’s in 1933

Freud staat in de schijnwerpers als symbool van de strijd tussen democratie en fascisme. Moll daarentegen leeft op het moment van zijn dood onopvallend. De nazi’s vernietigden zijn boeken waaronder zijn kort tevoren gepubliceerd autobiografie.
Dat was te verwachten: 1934, Duitsland en joods eigenaar van hypnose boeken. Maar ook Ellenberger weet blijkbaar niet dat de boeken over hypnose aan het nazi vuur zijn ontsnapt.
Over het hoe en waarom bestaan slechts een paar aanwijzingen en veel raadsels.

Vermoedelijk liep Moll vooruit op de politieke gebeurtenissen en probeerde hij het deel van zijn bibliotheek te redden dat hij het meest koesterde.
Dat verklaart waarom hij de collectie zo goedkoop, voor een bijna symbolische bedrag, afstaat. En ook waarom de collectie is aangeboden aan Eileen Cunningham en Vanderbilt Universiteit in Amerika.

Dat vindt Gravitz (1985) ook. Hij wijst erop dat Moll als bekend geleerde wordt vereenzelvigd met hypnose en de boekencollectie die hij in tientallen jaren tijdens persoonlijke zoektochten verzamelde. Gravitz: “Moll moet zich zo begaan gevoeld hebben met zijn boeken dat hij besloot ze niet in te leveren maar te behouden voor wetenschappelijke doeleinden. De veiligste haven in die jaren waren de Verenigde Staten. Hoewel de opbrengst voor Moll uit de verkoop minimaal was bereikte hij ermee dat ze zouden overleven.”
Het is een aannemelijke theorie want andere particuliere bibliotheken ondergaan hetzelfde lot. Als Sigmund Freud naar Londen verhuist kan ook hij zijn boeken niet meenemen. Een boekhandelaar mag de achthonderd titels verkopen voor wat hem goeddunkt. Hij weet hoe de nazi’s denken over de psychoanalyse en vreest dat als bekend is dat de boeken van Freud waren zullen ze de boekenverzameling zeker komen halen en vernietigen. Daarom zet hij een kleine advertentie in een catalogus en vraagt slechts omgerekend €450,-. Met zo’n klein prijskaartje blijft de collectie onopvallend en is ze snel verhandelbaar.
Niet ondenkbaar is dat de Moll collectie in Amerika voorlopig opgeslagen is om de boekhandelaar te beschermen. Hij zou mogelijk gecompromitteerd zijn als de nazi’s hoorden dat hij namens een jood boeken verkocht.

Maar waarom bleven de boeken ook tot ver na de oorlog in het schuurtje liggen? Waarom zijn de boeken niet gecatalogiseerd en beschikbaar gesteld aan belangstellenden?
Voor zover bekend keek tot 1957 niemand om naar de boeken. Na 22 jaar, in 1957, biedt de Vanderbilt-universiteit de boeken te koop aan aan een instelling met bijzondere interesse voor hypnose als therapie. De asprirantkoper ziet er, waarschijnlijk uit ruimte- en geldgebrek van af. En weer ligt de verzameling, nu 16 jaar, ongebruikt in het schuurtje. Hodges vermoedt dat de Moll collectie nooit gecatalogiseerd is vanwege het vele werk. Niet alleen omdat er boeken in veel talen zijn. De meest recente zijn in het Duits maar er zijn ook Engelse, Franse, Nederlandse, Italiaanse, Spaanse, Hongaarse en Russische. Bovendien zijn de gebonden herdrukken en de 14 plakboeken met tijdschriftknipsels, verzameld door een knipdienst tussen 1880 tot 1906, niet gemakkelijk te rubriceren weet ook Hodges.
Misschien is de collectie te gespecialiseerd voor de Vanderbilt bibliotheek Universiteit en te moeilijk om te beslissen wat ermee te doen.

Redenen te over om de bibliotheek nader te bekijken.

Was het eigenlijk de moeite waard om deze boeken te bewaren?
De meeste schrijvers over de Moll collectie noemen graag de oudste boeken in de verzameling. Een stuk of tien boeken uit de periode 1556 – 1797. Het oudste boek is van J. Argenterius: De somno et vigilia libri duo. (1556) gaat over slapen en waken. Uit 1649 is het Franse boek van J. F. Senault en door Henry Earl of Monmouth vertaald in Engels ‘The use of Passions’. Wie een exemplaar uit 1649 alleen even wil vasthouden moet ervoor naar Amerika. Om er een te kopen moet je ruim 900 euro neertellen.
Samen zijn alleen de oude uitgaven al goed voor tenminste vijfentwintig keer het bedrag dat de universteit betaalde voor de hele verzameling. Opmerkelijk is dat er geen boeken uit de begintijd van het dierlijk magnetisme bij zijn. Voor Moll geen Mesmer, D’Eslon, Bergasse, Puységur of andere kopstukken.
Maar natuurlijk ligt de bijzondere waarde van de Moll-collectie niet in de handelwaarde. Het gebruik van hypnose als behandelings- of onderzoeksinstrument is wel interressant maar de verzamelings als geheel biedt ook een historisch perspectief.
Het zijn niet de oude boeken die de Moll-bibliotheek zo waardevol maakt.
Moll was geinteresseerd in de ontwikkeling van de hypnosestudie en gebruik. Niet voor niets bewaarde hij van sommige boeken meerdere uitgaven. Elke herziene editie wordt immers bijgewerkt met de meest recente inzichten. Wie de eerste uitgave van August Forel’s ‘Der Hypnotismus’ (Der Hypnotismus oder die Suggestion und die Psychotherapie) van 1902 legt naast de editie van 1919 ziet dat het boek gegroeid is van 256 blz naar 355 blz.
Zijn ‘De la suggestion et de ses applications à la thérapeutique’ breidde Hippolyte Bernheim uit van 428 blz (eerste druk in 1886) naar 596 bladzijden (tweede druk in 1888). Molls eigen standaardwerk werd vijf keer herdrukt en groeide van 279 bladzijden naar zevenhonderd.
Hoewel de boeken van Moll nu antiquarisch zijn, zijn van de bijna 800 titels die Moll de moeite waard vond om in veiligheid te brengen er maar liefst ca. 675 (84%) uitgegeven tijdens zijn leven. In de periode waarin hij een knipseldienst inhuurde (1880 tot 1906) verzamelde hij ca. 504 titels (63%)
Voor Albert Moll waren dat relatief moderne uitgaven. Hij verzamelde dus geen oude boeken maar hield zijn vakliteratuur bij. Het was zijn privébibliotheek en onmisbaar voor zijn praktijk maar vooral voor het schrijven van zijn boeken en artikelen. Door ze in Amerika in veiliheid te brengen hoopte Moll dat anderen daarmee zijn werk zouden voortzetten.
Meer dan 85 jaar zijn verstreken sinds de Albert Moll hypnosis collection naar de Vanderbilt University kwam. Als Moll’s doel bij de verkoop van de collectie was om ervoor te zorgen dat het zou worden bewaard en ter beschikking gesteld aan geleerden, is hij erin geslaagd.

En kunnen we dat in Nederland ook? Moeten we naar Amerika of hebben we hier ook een ‘Moll collectie”?
Als we de titels van de lijst van de Vanderbilt universiteit intikken op de gecombineerde bibliotheekwebsite van Worldcat zien we of en zo ja welke Nederlandse bibliotheken deze titels bezitten.
Op een paar uitzonderingen na zijn van de meeste titels uit Moll verzameling wereldwijd tussen de drie en tien exemplaren beschikbaar. Wie in Nederland de boeken van Molls lijst wil lezen vindt verspreid over de Koninklijke Bibliotheek en Universiteitsbibliotheken 36 % ofwel 288 titels.
Een deel daarvan kan daar geleend, de rest is alleen ter plekke in te zien.
Voor de andere boeken moeten we flink reizen. Natuurlijk naar Duitsland waar veel titels te vinden zijn. Voor de rest is een reis naar Amerika onontkoombaar.
Sommige titels lijken van de aardbodem verdwenen: Braid’s ‘Macht des geistes’ is in zelfstandige vorm onvindbaar. Van ‘La voie naturelle et l’utilité de l’hypnotisme van Astère Denis heeft geen bibliotheek ter wereld een exemplaar. Af en toe duikt er een op voor ca. €150,00. Op worldcat vinden we geen enkel exemplaar van Fletcher’s ‘Influence of the troubled mind 1833’.

Toch zijn het niet alleen uitgaven van obscure schrijvers die dreigen te verdwijnen. Jonas Grossmann was jarenlang redacteur van het Zeitschrift für Hypnotismus. Van hem had Moll drie titels in zijn collectie:

  • Die hypnotische Suggestion bei der Reposition und Nachbehandlung von Knochenbrüchen und Verrenkungen 1894.
  • Die Bedeutung Der Hypnotischen Suggestion als Heilmittel 1894
  • Die Erfolge der Suggestionstherapie (Hypnose) bei der Influenza. 1892

Welke hypnotherapeut in coronatijd zou nu niet het artikel over de suggestionstherapie bij influenza van Jonas Grossmann willen lezen?

Hij kan daarvoor terecht in 3 Duitse bibliotheken en twee Zwitserse leeszalen. Desnoods reist hij even naar Londen. In Nederland is het werk van Grossmann in geen enkele bibliotheek te vinden.

 

Biografie Albert Moll

Albert Moll is geboren in 1862 (Lissa, Duitsland (nunow Leszno,Polen) als zoon van een Joodse koopman. Al jong heeft hij veel interesse in magie en wordt een volleerd goochelaar (Moll, 1936). In die tijd begint ook de interesse voor het occulte die hij levenslang houdt.

Na zijn geneeskundestudie in Berlijn in 1885 reist Moll een paar jaar naar verschillende steden om neurologie, neuropathologie, en psychiatrie te studeren.

Dat doet hij onder meer bij Charcot in Parijs en bij Bernheim en Liébeault in Nancy. Ook is hij in de leer bij Meynert en Krafft-Ebing in Wenen en Hughlings Jackson, Horsley, en Daniel Hack Tuke in Londen.

In 1887 keert hij terug naar Berlijn en begint er een psychiatriepraktijk. In oktober van dat jaar vertelt hij in een lezing over recente ontwikkelingen in de hypnose, in het bijzonder over de standpunten van de Nancy School. Zijn lezing wordt zwaar bekritiseerd door collega psychiaters. Zij vinden hypnose geen zorg van artsen. Maar Moll houdt vol. Zijn tweede lezing in 1889 over hypnose, krijgt een gunstiger onthaal. (Moll, 1936).

Moll gebruikt hypnose bij de behandeling van seksuele stoornissen. Hij meent dat hypnose de  omgevingsfactoren kan verbeteren bij een gebrekkige constitutie. Je kunt er ook toekomstige schade mee voorkomen door het suggereren van afkeer voor ‘traumatische neigingen en gewoonten’ (Hoenig, 1977a). De behandeling van Moll noemt hij “associatietherapie” en is een voorloper van de behavior modification therapy.

Moll is een pionier in de seksuologie. Zijn werk op dat gebied is bekend en wordt nog vaak aangehaald. Hij bestudeert systematisch het normale en abnormaal seksueel leven van het kind en schrijft het eerste uitgebreide artikel over het onderwerp dat tot dan toe taboe is [Hoenig, 1977b, p. 191.). Zijn boek over het seksuele leven van het kind verschijnt in 1909 en direct besteedt de Wiener Psychoanalytische Vereinigung (WPV) een avond aan de bespreking ervan. Freuds volgelingen vallen hem frontaal aan. Niet om zijn kritiek op de psychoanalyse maar zijn om de bedenkingen die hij heeft over een paar conclusies van Freud. In het openbaar houdt Moll zich uit respect voor Freud in. Niettemin straft Freud hem in kleine kring af. Relatief vriendelijk is zijn opmerking dat: ‘het een groot ongeluk is als een man zonder originele ideeën zoals Moll opeens toch een idee krijgt.’

Moll werkt vooral als privé-dokter. Daarnaast schrijft hij artikelen en boeken en is hij redacteur van een tijdschrift. Ook is hij actief in tal van medische organisaties.

Literatuur & vindplaats

  • Grossmann, Jonas, Die Erfolge der Suggestions therapie (Hypnose) bei Influenza’ 1892, Vindplaatsen: The British Library, London, Universitätsbibliothek Erfurt, Duitsland; Zentralbibliothek Zürich; Berlin, Lausanne.
  • Meijer, Bernardus Jodocus, Magnetisch-somnabulistische geneeswijze der, hier en elders heerschende, ziekte, of zoogenaamde griep; 1837, AmsterdamOndertitel: tevens met een verslag van twee merkwaardige genezingen van graauwe staar | mitsgaders eenige bepiegelingen over het wezen en de werkingen van het dierlijk magnetismus;  Vindplaats: Koninklijke Bibliotheek
  • Opdorp van, Josef Hendrik, Onderzoekingen over den Aziatischen braakloop, bij eenen persoon, die zich in den hoogsten graad van clairvoyance van het magnetisch somnambulisme bevond;  1832, Breda, Vindplaats: Koninklijke Bibliotheek
  • Robert, A.,  Cholera et magnétisme,  Revelation de la Liquereur Anti-Cholerique par un Somnambule. 1883. Zeldzaam voorbeeld van een behandeling van een dodelijke ziekte in hypnotische trance.  Vindplaats: privébibliotheek J.W.Eland
  • Wasch, Corns, J., Een woord over de cholera, in verband met het animalisch magnetisme1873, Rotterdam. Vindplaats: Bibliotheek Universiteit van Amsterdam

Fragmenten

  • In de eerste en tweede periode kan de tering door het magnetisme genezen worden. J. Revius in: Het magnetisme: proeve hoe ieder het magnetisme als geneesmiddel op zijne huisgenooten en anderen weldadig kan toepassen,  1862 – Vindplaatsen: KB, Universiteitsbibliotheken Maastricht, Tilburg, Rotterdam, Leiden, VU Amsterdam.
  • The third case was not quite similar, but was cured still more expeditiously . This was the case of a lady, upwards of 45 years of age, who had had a very severe attack of influenza in the spring of last year ; it had left her in a very debilitated state, and with constant pain in her right side, chest, and between the shoulders. It was one day in the latter end of October that I saw her, when she felt rather worse than usual. I had not made passes over the chest and back for more than a quarter of an hour, when she said that all pain was gone, and that she felt in an extraordinary manner re freshed and revived . I continued the passes for about an hour. From that day, she has told me, there was never any recurrence of the pain, nor of the same degree of languor and debility from which she had so long suffered , and she quickly recovered her usual strength. In: Great benefit of Mesmerism in Affections of the Chest, Gout, Strangury, Asthma, and Whitlow . By Mr. H . S . Thompson . In The Zoist, vol. v.march, 1847, to january, 1848. Vindplaats: Universiteitsbibliotheek Rijksuniversiteit Groningen.

© 2020, Johan Eland

Geïnteresseerd geworden in hypnose? Om meer te weten te komen over hypnose vanuit algemene belangstelling of het volgen van een opleiding, meld je dan aan voor een gratis webinar, informatieochtend of instapcursus hypnose.