Hypnose en muziek komen samen op de grens tussen betovering en technologie. Rond 1900 zorgen telefoons, grammofoons en populaire liedjes ervoor dat hypnose niet langer alleen in de behandelkamer of op het toneel leeft, maar doorklinkt in alledaagse ervaringen. Wie luistert naar een hypnotiserend refrein of zich laat meenemen door een ragtime‑ritme, ervaart hoe hypnose en muziek samen een moderne vorm van trance en suggestie oproepen – vaak zonder dat we ons daar volledig van bewust zijn.
Prentbriefkaart als posthypnotische suggestie
Een romantisch tafereel op een prentbriefkaart, in kleur gelithografeerd en in 1909 gedrukt door Bamforth & Co.
Een man en een vrouw in een verliefde pose. Hij telefoneert en zij luistert lachend mee. In het wolkje boven hen zien we dat ze bellen met iemand op kantoor.De tekst onder het stel geeft uitleg: Onder de titel “I Want You to See My Girl” staat halverwege ‘Oh! Her eyes, dreamy eyes, mesmerise!
Het is een gedeelte uit een populair liedje dat Harry Castling & Fred Godfrey in 1909 maakten en hier gezongen wordt door Frank Williams Twin. Het gaat over meneer Brown die verliefd is op het meisje ‘Dorothy’ dat naar hem glimlachte en nu bij hem op schoot zit. Hij kan zijn geluk niet op en belt zijn broer op kantoor op om hem te vertellen over zijn verovering: ‘Ze heeft dromerige ogen, ja zelfs hypnotiserende ogen; Zet je hoed op, doe je jas aan en kom haar bekijken’.
De prentbriefkaart is een zg ‘songcard’, een kaart die verwijst naar een populair lied en vat een paar hypnose gerelateerde dingen samen. We zien de telefoon en de verwijzing naar een lied waarvan een grammafoonplaat is gemaakt en ongetwijfeld op de radio te horen is. Drie apparaten die bijna tegelijkertijd uitgevonden zijn en op afstand stemmen laten horen.
In dezelfde periode maakt de hypnose een metamorphose door. Het woord mesmerise (van mesmerism, de Engelse naam voor het achttiende-eeuwse ‘dierlijk magnetisme’ van F.A. Mesmer) is rond 1900 een modieus cliché voor betovering, maar niet louter figuurlijk. In de populaire cultuur betekende het ook: een blik die werkelijk macht uitoefent. Ogen als medium van overdracht. Deze kaart koppelt dit aan verliefdheid én aan communicatie op afstand: haar ogen hypnotiseren maar er is ook een overdracht door de telefoon.
De telefoon als moderne vorm van suggestie
In de 19e eeuw veranderen nieuwe uitvindingen zoals de telefoon en de grammofoon de manier waarop mensen denken over hun lichaam en stem. Eerder kon je iemands stem alleen horen als die persoon zelf aanwezig was, maar door deze apparaten kan een stem blijven bestaan — zelfs als de spreker ver weg is, of al dood. Dat lijkt een beetje op magnetisme, waarbij mensen geloven dat onzichtbare krachten tussen lichamen kunnen stromen. Nieuwe aparaten als telefoon en grammafoons nemen bijna naadloos de eigenschappen over van het oude magnetisme. De wolk boven het verliefde stel stelt een mentale of elektrische verbinding voor — alsof gedachten en stemmen rechtstreeks door de ether gaan.
Tussen 1900 en1910 is de telefoon vaak vergeleken met telepathie, mediumschap en hypnose: een stem zonder lichaam, een onzichtbare aanwezigheid die gehoor en verbeelding beïnvloedt. De man spreekt letterlijk “op afstand” — dat is precies de logica van suggestie. Het telefoongesprek is een modern spiegelbeeld van de séance: een toestel dat de onzichtbare ander op grote afstand hoorbaar maakt. Zoals in somnambulisme iemand contact kon hebben met anderen op grote afstand, kun je nu per telefoon spreken met bekenden. Wie luistert, richt zijn aandacht en kan zelfs tijdens het gesprek een beeld vormen.
Sommigen vragen zich af: hoort een stem nog wel bij een lichaam als ze door een machine wordt afgespeeld? Kunnen apparaten zelfs een eigen soort “leven” of bewustzijn hebben? Zulke vragen blijven belangrijk in het tijdperk van de nieuwe media. Uitvinders van electrische aparaten zien meer mogelijkheden. Thomas Alva Edison — bedenker van onder meer de fonograaf, de eerste praktische gloeilamp en een koolstofknopzender voor telefoons — kondigde in 1920 zijn voornemen aan om een communicatieapparaat voor geesten te maken, “een apparaat om te zien of het mogelijk is dat persoonlijkheden die deze aarde hebben verlaten met ons kunnen communiceren”.

Zoals telefonisch over en weer verbale suggesties uitgewisseld worden waarmee beelden kunt oproepen kan dat ook met gezongen teksten. De zangers gebruiken hetzelfde procedé als de magnetiseur — ritme, herhaling, de zachte bevelsvorm van het refrein. En de luisteraar, ver van het podium, word geraakt door iets dat tegelijk technisch en bezield is.
De telefoon en de grammofoon leren de mens luisteren zoals de hypnotiseur zijn proefpersoon leert luisteren: met geconcentreerde aandacht, met vertrouwen, met de bereidheid zich te laten meenemen. Muziek word zo het moderne medium van betovering — de elektrische voortzetting van het mesmerisme, met andere middelen.
Door de gezongen tekst ziet hij voor zijn geestsoog zien wat er de andere kant suggereerd. Muziek, zang en technologie samen vormen een nieuw soort trance, een seculiere vervoering die de negentiende-eeuwse fascinatie voor magnetisme met electriciteit voortzet.
Waarom het woord mesmerise vanzelf spreekt in 1908
Rond 1908 is mesmerism — de leer van Franz Anton Mesmer over dierlijk magnetisme — al lang ontdaan van haar medische geloofwaardigheid, maar nog springlevend in de populaire verbeelding. Iedereen kent het woord, niet uit de kliniek, maar van het toneel, het variété, de goochelshow en uit de honderden romans, novellen, detectives en pulpverhalen waarin hypnose een rol speelde.
Aan het begin van de twintigste eeuw is hypnotisme volksvermaak én modewoord. In Londen geven reizende mesmeristen en ‘mind readers’ publieke demonstraties. Kranten berichten over de kracht van suggestie, theaters kondigen acts aan met titels als The Great McEwen Hypnotist, The Little Hypnotic Subeam (Miss Flint), Kennedy the Mesmerist (ca. 1890) en over van Door-Loblanc, ‘den eenig grooten Franschen Hypnotiseur’. Zelfs de filmwereld omarmt het thema: een van de vroegste films is Mesmerist & The Country Couple’(1899) en talloze films met hypnose zoals Hypnotizing the Hypnotist (1911) volgen.
De rag en de suggestie van de moderne tijd
Vooral in Amerika vind een muziekstijl aansluiting bij de toenmalige voorstelling van hypnose: de rag. De ragtime ontstaat rond 1890 uit de dansmuziek van zwarte pianisten in het zuiden van de Verenigde Staten. In kroegen, bordelen en danszalen van Missouri en New Orleans wordt de marsmuziek van blanke orkesten losgeschud en herverdeeld. De maat blijft stevig, maar de melodie begint te hikken en te verspringen — een spel van ritmische tegendraadsheid dat de naam rag krijgt, van het Engelse ragged: rafelig.
Die muziek is niet alleen dansbaar, maar ook hypnotisch. De vaste pulsen van de linkerhand en de onvoorspelbare syncopen; een verschuiving van het ritme, waarbij de klemtoon op een onverwachte tel valt. Dat verwekt een lichte roes, een trance waarin orde en vrijheid elkaar voortdurend afwisselden. In die spanning tussen beheersing en overgave ligt de fascinatie van een tijdperk dat tegelijk gelooft in wetenschap en bezeten is door het onbewuste.
Rond 1900 klinkt de rag niet alleen in Amerikaanse salons, maar ook in Europese theaters waar hypnotiseurs en mind readers het publiek betoveren. In Londen en Parijs worden liedjes gezongen als That Hypnotizing Man en A Mesmerizing Rag (1911), waarin de muzikale cadans en de suggestieve tekst samenvallen tot één effect: de ritmische overgave van de moderne mens.
Zelfs in Nederlands komt een vleugje rag binnen. De Dada-tournee, ook Dada-veldtocht genoemd, is een reeks dadaïstische voorstellingen, die georganiseerd word door Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Nelly van Moorsel en Vilmos Huszár. Die Dada-tournee loopt van 10 januari tot en met 14 februari 1923 op acht verschillende locaties in Nederland. Elke avond word afgesloten met het stuk ‘Rag Time Parade’ van Erik Satie, uit 1917, dat voor de gelegenheid is omgedoopt tot ‘Rag-Time-Dada’ of ‘Dada-Rag-Time’

Al in 1890 zingt Harry Freeman met groot succes ‘The Mesmerist’. Volgens het tijdschrift Anesthesiology (2016;124:8.) een van de bijdragen die het publiek bekendmaakten met het idee van pijnloos opereren door magnetische of hypnotische invloed, nog vóór de invoering van chemische verdoving met ether (in 1846).”
Irving Berlin (1888-1989) schrijft honderden populaire liedjes waaronder een paar waarin hypnose een rol speelt. In hetzelfde jaar dat de prentbriefkaart uitkomt is dat “That Mesmerizing Mendelssohn Tune” (1909). Het is een hypnotiserend en suggestief lied dat door haar ‘ear-haunting’ refrein een onontkoombare ‘oorworm is.’ Dat het lied zo bedoelt is blijkt uit de strofe:
One good kiss deserves another,
That’s the only music that was ever meant for me,
That tantalizin’, hypotizin’, mesmerizin’ Mendelssohn tune.
Andere hypnotiserende oorwormen zijn You’ve Got Me Hypnotized (Berlin,1912). Hip, Hip, Hypnotize Me (Will Dillon en Harry Von Tilzer, 1910 ) That Hypnotizing Man (1911). (Lew Brown en Albert von Tilzer) en Beautiful Eyes, Hypnotized, Mesmerized (George Whiting en Carter De Haven (1909)
De ritmes van de moderne dans en de herhalende melodieën van populaire liedjes hebben hetzelfde effect als de klassieke hypnotische technieken van concentratie en herhaling. De puls van jazz en ragtime roept, net als de wiegende cadans van wals of tango, tranceachtige momenten op waarin de grens tussen zelf en wereld vervaagt. De dansvloer wordt een collectieve hypnose — een plek waar het lichaam reageert op klank zoals de geest op suggestie.

Mesmerisme verandert weliswaar in hypnose en fluide verandert langzaam in suggestie maar men weet wat bedoelt wordt met mesmeriserende ogen. De woorden zijn in de jaren rond 1900 nog zo ingeburgerd dat een luisteraar of lezer bij het woord mesmerize meteen begrijpt: “betoveren door de blik, door stem of gebaar.”
In de context van het lied I Want You to See My Girl werkte dat perfect.
Het refreinregel — “Oh! her eyes, dreamy eyes, mesmerise” — hoeft niemand uit te leggen.
Het lied is in korte tijd razend populair. Na de première op 9 november 1908 in het South London Theatre word het ook gezongen in de pantomimes: Robinson Crusoe (Rosie Bartlett, 1908), Sinbad the Sailor (Nell Emerald, 1908) en Cinderella (Ida Strattam, 1908). Alleen al in de jaren 1908 en 1909 zijn er minstens 6 plaatopnamen van gemaakt.
Net als schrijvers in honderden romans, novellen, detectives en pulpverhalen houden zangers de begrippen levend. Zelfs aan kinderen hoeft niets uitgelegd te worden: in kinderliedjes komt het ‘mesmerisme’ voor zonder toelichting: In Riley child-rhymes (Riley, James Whitcomb (Indianapolis, Bobbs-Merrill, 1920) lezen we:
And bundling them in lily-bells,
With maudlin
murmurings.
And the humming-bird,
Like a jewel up among
The tilted that
honeysuckle horns,
They mesmerized
In the palpitating
Drowsed with
and swung
air, hung
odors strange and rare,
And,with whispered laughter, slipped away,
And left him hanging there
Een prentbriefkaart als posthypnotishe suggestie
En alsof het hypnotiserend repeterende refrein van de populaire liedjes niet genoeg is worden prentbriefkaarten verspreid. Ze werken als posthypnotische suggesties. De ontvanger van onze kaart in 1908 wordt herinnerd aan de melodie en tekst van “I want to see my Girl’ en misschien aangezet om het liedje zelf te zingen.
De kaart is dus niet alleen een curiositeit uit de Edwardiaanse tijd. In één enkel beeld verenigt zij technologie en intimiteit, liefde en illusie, het elektrische wonder en de oude kunst van de betovering.
Literatuur
- Anesthesiology (2016;124:8.)
- Houdini, Harry, ‘Ghosts That Talk—By Radio’, Popular Radio, October 1922
- Jackson, Hiram, Uitvoerige inleiding over hypnotisme, mesmerisme, clairvoyance (helderzien), suggestie therapeutiek en de opvoeding in slapende toestand (1905)
- Riley, James Whitcomb, Riley Child-Rhymes with Hoosier Pictures, 1890
© 2025 Johan Eland

Gerelateerde informatie Hypnose is overal.

Auteur
Johan Eland wordt beschouwd als een van de toonaangevende experts op het gebied van hypnoseliteratuur in Nederland. Met een sterke achtergrond in gedragswetenschappen en een diepe passie voor wetenschappelijk onderzoek naar hypnose, schrijft hij regelmatig blogs waarin hij zijn kennis deelt.
Hij is auteur van Het hypnotisch oxytocinisch complex en bezit een antiquariaat genaamd Llith met een grote collectie hypnoseboeken in verschillende talen, waaronder oude en bijzondere uitgaven. Deze boeken zijn te koop via Boekwinkeltjes.


